Directieverslag 2015

Evenals in voorgaande jaren hebben in 2015 nieuwe programma’s het licht gezien. In samenwerking met de Gemeente en het Erasmus MC is het programma Moeders van Rotterdam ontwikkeld. Ultimo 2015 is besloten tot het ontwikkelen van het programma Nieuw Thuis Rotterdam, waarin wij ons richten op een voor de stad Rotterdam aanzienlijk maatschappelijk vraagstuk van de integratie en huisvesting van Syrische statushouders in onze stad. In 2015 hebben er ook belangrijke ontwikkelingen plaatsgevonden in verschillende lopende programma’s.

Naast het nemen van beslissingen over het aangaan van financiële verplichtingen, hebben wij ons ook beziggehouden met het vraagstuk op welke wijze wij de effectiviteit van onze programma’s inzichtelijk kunnen maken en op welke key performance indicators dit gemeten kan worden. Ook hebben wij stilgestaan bij de vraag hoe wij de resultaten van de onderzoeken, die wij doen uitvoeren naar onze programma’s, moeten interpreteren en meewegen in onze beslissingen over programma’s waarvan de periode van onze financiële verplichting ten einde loopt.

Het beleid van de Stichting blijft erop gericht om actief te zoeken naar innovatieve ideeën voor de ontwikkeling van maatschappelijke programma’s die Rotterdam beter maken, een goede uitvoering hiervan te waarborgen door het bieden van begeleiding en de (maatschappelijke) resultaten van de programma’s te meten.

Nieuwe initiatieven

In 2015 is een begin gemaakt met het programma Moeders van Rotterdam en het programma Nieuw Thuis Rotterdam. Tevens is besloten tot een uitbreiding van de activiteiten van Kinderfaculteit Pendrecht met de Rekenfaculteit. Tenslotte is besloten om van De Kracht van Rotterdam een meerjarig programma te maken en dit verder uit te breiden.

Moeders van Rotterdam

Het programma Moeders van Rotterdam richt zich op zeer kwetsbare zwangere vrouwen met een combinatie van medische en niet-medische problemen die zij niet zelf lijken op te kunnen lossen. Door de multi-problematiek en daaraan gerelateerde stress is er een verhoogd risico op ongunstige effecten op het ongeboren kind, een slechte start met het kind na geboorte, en mogelijke problemen op latere leeftijd (sociaal, cognitief). Dit programma intervenieert nog voordat het kind geboren is. Door intensieve begeleiding thuis, wordt de vrouw geholpen bij het oplossen van de meest urgente problemen en uiteindelijk gecoacht naar zelfredzaamheid.

In deze fase worden jaarlijks 150 zeer kwetsbare vrouwen gedurende een periode van drie jaar begeleid door teams van Bureau Frontlijn bestaande uit een combinatie van professionals en studenten.

In het eerste half jaar van 2015 is gewerkt aan de opstart van het programma; de eerste vrouwen zijn per juli in behandeling genomen. Het onderzoek, uitgevoerd door het Erasmus MC, is per september gestart. Het onderzoek omvat zowel de 150 vrouwen per jaar die deelnemen aan het programma, als een controlegroep.

Het programma is een samenwerking tussen de Gemeente Rotterdam, zorgverleners en het Erasmus MC. De ambitie is om met het programma een effectief bewezen methode te ontwikkelen voor de zorg voor deze kwetsbare groep. Als de methode, na onderzoek door het Erasmus MC, blijkt te werken, zal het worden opgeschaald en ingebed binnen de reguliere wijkteamstructuur van Rotterdam.

Nieuw Thuis Rotterdam

Het programma Nieuw Thuis Rotterdam bestaat uit twee onderdelen. Het eerste betreft een taal-, integratie- en huisvestingsprogramma gericht op Syrische gezinnen met een verblijfsvergunning in Nederland (zogenaamde “statushouders”), die binnen de taakstelling door het Rijk reeds aan de gemeente Rotterdam zijn toegewezen. Het tweede deel behelst een onderzoek naar hoe integratie verloopt binnen de verschillende domeinen zoals arbeidsmarkt, onderwijs, cultuur, buurt en sociale netwerken, welke mechanismen hier een rol spelen alsmede de effectiviteit van het Programma.

Het programma Nieuw Thuis Rotterdam is in februari 2016 aangekondigd. De voorbereidingen werden getroffen in de laatste maanden van 2015.

Lopende programma’s

Doorlopende programma’s die wij in voorgaande jaren opstartten zijn Het Peutercollege (2011), Rotterdam Vakmanstad (2011), Academische Werkplaats bij De Nieuwe Kans (2012), Challenge010 2012), Playing for Success Rotterdam (2012), Cultuurwerkplaats Hillesluis en Afrikaanderwijk voorheen Taskforce SKVR) (2012), Rotterdam Talent Scholarship (voorheen Erasmus University College) (2013), Kinderfaculteit Pendrecht (2013), het Collectiegebouw van het Museum Boijmans van Beuningen (2013), Makerspace Bospolder-Tussendijken (2014), Mentoren op Zuid (2014) en n’Cor (2014).

Peutercollege

Het Peutercollege bereidt kinderen van 2 en 3 jaar met een intensief speel- en leerprogramma voor op de basisschool. Met extra begeleiding als dat nodig is, zodat kinderen aan de basisschool beginnen zonder achterstand.

Het afgelopen jaar stond voor het Peutercollege in het teken van het verder ontwikkelen van het curriculum en de methodiek. Zo heeft het Peutercollege onder andere themakisten ontwikkeld waarmee ouders thuis met hun kind kunnen spelen.

De groepen op de vier locaties zitten nog steeds vol en op sommige locaties zijn er zelfs wachtlijsten. De plannen voor de vijfde locatie van het Peutercollege in de Promise Academy zijn opgeschort, omdat de opstart van de Promise Academy vertraging heeft opgelopen.

De aanpak van het Peutercollege wordt elders overgenomen. Ook vanuit andere gemeenten is er steeds meer interesse in de manier van werken van het Peutercollege. Het team wordt regelmatig gevraagd om presentaties te geven en trainingen te verzorgen.

In 2015 is het convenant tussen BOOR, Peuter&Co en het Peutercollege, omwille van het onderzoek naar de effectiviteit van het Peutercollege, verlengd tot en met eind 2016. Het onderzoek, dat de kinderen volgt tot en met groep 2 van de basisschool, zal zijn afgerond in 2018.

De harmonisatie van de peuterspeelzalen en de kinderopvang kreeg in 2015 steeds meer vorm. Het landelijk beleid streeft naar een harmonisatie van peuterspeelzaalwerk en kinderopvang, waarbij beide aan dezelfde kwaliteitseisen moeten gaan voldoen. Het Rotterdams beleid streeft naar een integrale voorziening voor alle kinderen vanaf twee jaar, en naar een geschikte plek voor elk kind, doelgroep of niet-doelgroep, binnen een kwalitatieve opvang. Wat voor gevolgen de harmonisatie heeft op het Peutercollege zal aankomend jaar duidelijk worden.

Rotterdam Vakmanstad

Rotterdam Vakmanstad (RVS) wil in Rotterdam duurzaam vakmanschap op de kaart zetten. Om dit te realiseren werkt zij op verschillende schalen: school, buurt, markt en stad. Netwerken op die schalen worden met elkaar verbonden, waardoor zogenaamde interactievelden ontstaan. Drie hiervan vormen de focus voor De Verre Bergen: het basisonderwijs rond het interactie veld Fysieke Integriteit, de buurt rond Actief Burgerschap (het “Vakhuis”) en de markt rond Duurzaam Vakmanschap (de “Vakwerf”).Op alle drie de interactievelden verzorgd RVS aanvullend op het regulier onderwijs een integraal lesprogramma gericht op de brede ontwikkeling van de kinderen en jongeren.

Op OBS de Globe en KBS Elisabeth is RVS met een aangepast programma Fysieke Integriteit gestart. In totaal zullen naar verwachting in schooljaar 2015-2016 circa 1240 kinderen op vier basisscholen structureel lessen gevolgd hebben op het gebied filosofie, koken en gezonde voeding, sport, techniek en natuur. Op de OBS Bloemhof en de Agnesschool hebben de leerlingen tevens warme lunches ontvangen. Daarnaast is er een brede vakantieschool georganiseerd in de zomer, hebben leerlingen op OBS Bloemhof tutoring en mentoring ontvangen, en is er samengewerkt met de IMC weekendschool. In 2015 is tevens een proces- en effectonderzoek naar het onderdeel “Fysieke Integriteit” afgerond. Hier komt een gemengd beeld uit naar voren: Leerlingen, ouders en leerkrachten zijn positief over het programma, echter in het kwantitatieve gedeelte van het onderzoek zijn geen effecten aangetoond.

In het programmaonderdeel Actief Burgerschap hebben circa 75 leerlingen van OBS Bloemhof in hun vrije tijd een naschools programma gevolgd in het Vakhuis, met workshops zoals koken, duurzame energie en EHBO. Tevens hebben leerlingen uit de eerste twee jaar van het VMBO van RVC De Hef binnen hun reguliere onderwijs workshops gevolgd in het Vakhuis.

In Duurzaam Vakmanschap (de Vakwerf) hebben ongeveer 100 studenten van het Techniekcollege (Albeda/Zadkine) extra modules gevolgd op gebieden zoals ondernemerschap en financieel beheer. Tijdens een door RVS georganiseerd matchmaking event maakten onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven afspraken over student- en docentstages. Bedrijven, onderwijsinstellingen en de gemeente hebben hier een bijdrage aan geleverd.

In de eerste helft van 2016 heeft SDVB een beslissing genomen over de samenwerking met RVS in het schooljaar 2016-2017 en verder. De komende vier jaar zal het programma zich toespitsen op het verbeteren van de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen in het basisonderwijs en klas 1 en 2 van het VMBO. De focus ligt hierbij volledig op het verder verhogen van de kwaliteit van de uitvoering. SDVB zal tot en met het schooljaar 2019-2020 betrokken blijven als partner van RVS.

Academische Werkplaats bij De Nieuwe Kans

De Nieuwe Kans (DNK) is een organisatie voor dagbehandeling van de ‘harde kern’ jongeren vanaf 18 jaar, die actief willen werken aan hun situatie. Het doel van de Academische Werkplaats bij De Nieuwe Kans is om de methodiek van DNK verder te ontwikkelen en wetenschappelijk onderzoek te doen naar de methodiek, de effectiviteit ervan en naar de doelgroep van DNK. De AW-DNK is een langdurige samenwerkingsrelatie met de praktijkinstelling DNK en de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie van het VU Medisch Centrum in Amsterdam. Het belangrijkste doel van AW-DNK is om wetenschappelijk onderzoek te doen naar de werkzaamheid van de interventie DNK voor jongvolwassenen (18-27 jaar) met een justitiële en anderszins (multi)problematische achtergrond.

De drie onderzoekslijnen van de AWDNK zijn samengevat onder het acroniem H.E.T. onderzoek (Hersenen, Effect en Traject). De dataverzameling voor HET-onderzoek onder 7000 Rotterdamse probleemjongeren verloopt voorspoedig, mede door de goede samenwerking met het Jongerenloket (Jolo, de instantie waar iedere jongvolwassene zich moet melden wanneer hij of zij in aanmerking wil komen voor een uitkering), de Reclassering, de Raad voor de Kinderbescherming, De Nieuwe Kans en de controle-interventies. HET-onderzoek zal naar verwachting kunnen aantonen dat de beoogde 700 onderzoek deelnemers representatief zijn voor de totale 7000-groep.

De deelnemers aan het onderzoek hebben veel en ernstige problemen op psychosociaal gebied, als ook op het gebied van huisvesting, financiën, sociaal netwerk en dagbesteding. Daarnaast zien de onderzoekers veel verslavings- en andere psychiatrische problematiek: twee van de drie deelnemers hebben ten minste één stoornis; en ongeveer de helft van de deelnemers functioneert op lvb-niveau.

Challenge010

Challenge010 brengt Rotterdamse jongeren van 12 tot 16 jaar in contact met sport. Door mee te doen aan een schoolteam worden ze lid van een sportvereniging. De doelstelling van Challenge010 is om niet sportende kinderen in Rotterdam aan het sporten te krijgen.

In 2015 heeft het team van Rotterdam Sportsupport de ingeslagen weg van 2014 voortgezet en is erin geslaagd om meer jongeren aan het sporten te krijgen. Ook het percentage jongeren dat nog geen lid was van een sportvereniging steeg. In 2015 was het tussendoel 810 deelnemende leerlingen, waarvan 70% niet eerder sportte. Er waren uiteindelijk 816 deelnemers, waarvan 83% niet eerder sportte. Het programma wordt ook steeds bekender onder VO-leerlingen.

Er is hard gewerkt om een aantal processen binnen Challenge010 te stroomlijnen. Zo zijn er striktere selectiecriteria opgesteld en gehandhaafd en heeft ook het invoeren van het digitaal inschrijfsysteem bijgedragen aan het behalen van de doelstellingen.

Aangezien SDVB in 2016 een beslissing neemt over de toekomst van Challenge010, hebben eind 2015 onder leiding van de Universiteit van Utrecht meerdere bijeenkomsten plaatsgevonden met diverse stakeholders om te praten over de toekomst van het programma.

Playing for Success Rotterdam

Playing for Success Rotterdam (PfS) is een programma gericht op kinderen van 9 tot 14 jaar, die onderpresteren op school. Door hen op een “Wow-locatie” van Excelsior of Rotterdam Basketbal ‘softskills’ als zelfvertrouwen en het vermogen samen te werken bij te brengen, bezorgt PfS hen een positieve leerervaring, die hun prestaties op school zou moeten verbeteren.

Tijdens het schooljaar 2014-2015 namen in totaal 301 leerlingen deel aan het programma.

In de bestuursvergadering van maart 2015 hebben wij besloten om het programma met een half jaar te verlengen, tot en met de einde van het schooljaar 2015-2016. Met deze verlenging is er voldoende tijd om na te denken over de toekomst van het programma o.b.v. de uitkomsten van het onderzoek.

In het najaar van 2015 werd de eindrapportage met de onderzoeksresultaten van PfS gepresenteerd. Uit het onderzoek blijkt dat betrokkenen bij het programma (leerlingen, ouders, docenten en medewerkers PfS) positief waren over het programma. Uit het effectonderzoek bleek dat er binnen een specifieke groep deelnemers, de leerlingen met het minste cognitief zelfvertrouwen, significant positieve ontwikkelingen werden gevonden op een drietal soft skills. Bij de volledige groep werden er geen significant positieve ontwikkelingen op de gedefinieerde soft skills gevonden ten opzichte van een vergelijkbare groep. Wel werd er een positieve ontwikkeling gemeten op één van de vier aspecten van schoolprestaties – woordenschat.

In de daaropvolgende maanden hebben wij, gezamenlijk met de betrokken partners, gesproken over een mogelijke aanpassing van het programma en een continuering. Hierover is in het voorjaar 2016 de beslissing genomen dat het programma alleen gecontinueerd zal worden wanneer de participerende scholen zich ook verbinden het programma financieel te steunen.

Cultuurwerkplaats Hillesluis en Afrikaanderwijk

De Cultuurwerkplaats is een samenwerking tussen Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam (SKVR) en SDVB, gericht op het ontwikkelen van een aantal kunstprojecten in Hillesluis en Afrikaanderwijk. Hiermee willen wij onderzoeken hoe kunst en cultuur kunnen bijdragen aan een krachtiger wijk.

Onder de paraplu van de Cultuurwerkplaats zijn in de wijken Hillesluis en Afrikaanderwijk inmiddels zeven projecten ontwikkeld: Ik Droomde, Luister Dan, de Mediawerkplaats, South Sessions, Rugzak vol Talent, Make your Move en On Stage. Elk van deze kleine kunstinterventies richt zich op een specifieke doelgroep en heeft een eigen thematiek. In 2015 is er een lijn in de projecten ontstaan: het gaat binnen de projecten om het feit dat jongeren een stem krijgen en hun eigen verhaal leren te vertellen, of dit nu is via film, muziek, debat of theater. In 2015 is hier een overkoepelend concept voor bedacht dat als een paraplu voor de projecten fungeert: House of Urban Storytelling (H.O.U.S.). Door het overkoepelende concept kunnen jongeren eenvoudiger van het ene project naar het andere door stromen en ontstaat er een lijn in de ontwikkeling van hun vaardigheden. De projecten zijn, op basis van de feedback van de jongeren zelf, sterker dan voorheen gericht op het versterken van vaardigheden die zij nodig hebben om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.

In 2015 is besloten om Hogeschool Inholland te vragen, naast het onderzoek naar de individuele ontwikkeling van de jongeren, ook onderzoek te doen naar de effecten op de buurt.

Rotterdam Talent Scholarship

Het Rotterdam Talent Scholarship richt zich op talentvolle Rotterdamse leerlingen die ambiëren een Liberal Arts & Sciences opleiding te volgen aan Erasmus University College, maar financiële en sociaal-culturele barrières ondervinden bij hun aanmelding. Het scholarship stelt leerlingen middels financiële steun, maar ook met begeleiding in de aanmelding en voorbereiding, in staat deze barrières te slechten.

In september 2015 is de tweede lichting van vijf scholarship studenten gestart met de Liberal Arts & Sciences opleiding aan het EUC. Het programma ambieert tien Rotterdamse studenten per jaar met een scholarship te laten starten aan het EUC en zal zich in 2016 blijven inzetten de juiste kandidaten te vinden. Naast het scholarship verbreedt het programma het perspectief van alle EUC studenten door het organiseren van guest lectures en het aanbieden van maatschappelijke stages in samenwerking met EUC. Het onderzoek naar de toegankelijkheid van het hoger onderwijs in het algemeen en het Rotterdam Talent Scholarship in het bijzonder is in september 2015 gestart door een promovendus.

Kinderfaculteit Pendrecht

De Kinderfaculteit Pendrecht is een samenwerking met de bewonersorganisatie Vitaal Pendrecht, de vier basisscholen in de wijk en de gemeente. Door het aanbieden van een breed palet van naschoolse programma’s biedt de Kinderfaculteit kansen aan kinderen die ze anders niet zouden krijgen.

2015 was het eerste volledige schooljaar van de Kinderfaculteit. Naar aanleiding van de bevindingen van de onderzoekers van de UvA uit 2014 zijn aanpassingen gemaakt in het programma. Een centrale doelstelling van de Kinderfaculteit is om de leerprestaties van leerlingen in brede zin te verhogen. Om de cognitieve ontwikkeling van de kinderen een impuls te geven is de Kinderfaculteit daarom gestart met een pilot ‘high dosage tutoring’ op het gebied van rekenen. Het tutorproject is gebaseerd op een Amerikaans tutorproject dat in Boston is ontwikkeld, het Match Style Tutoring van SAGA Innovations (USA). Vanaf oktober 2015 wordt aan 60 leerlingen, vier uur per week intensief les gegeven in een 1-op-2 setting, in het vakgebied rekenen. Deze lessen zijn vormgegeven volgens de methodiek van SAGA Innovations, maar zijn inmiddels aangepast aan de Nederlandse en dus ook Rotterdamse onderwijsstructuren. De eerste resultaten zijn positief en geven aanleiding om de pilot in 2016 te continueren.

Het aantal leerlingen dat meedeed aan de Kinderfaculteit steeg in 2015 naar ruim 700. De intensiteit van deelname blijft achter. De aanname is dat als we effecten op de sociaal emotionele en cognitieve ontwikkeling willen aantonen, de kinderen minimaal 3 uur per week moeten deelnemen aan activiteiten. De staf van de Kinderfaculteit heeft concrete plannen uitgewerkt waarmee de intensiteit van deelname verhoogt kan gaan worden. Het tutorproject draagt hier ook aan bij.

Collectiegebouw Museum Boijmans van Beuningen

De depots van Museum Boijmans van Beuningen voldoen niet meer. Daarom moet voorzien worden in nieuwe opslagruimte voor de gemeentelijke collectie. Echter het museum wil meer: met de schenking van SDVB kan het Museum de collectie toegankelijker maken. In het Collectiegebouw krijgt het publiek letterlijk een kijkje achter de schermen.

Tijdens haar vergadering van 5 november 2015 heeft de Rotterdamse Gemeenteraad besloten tot het goedkeuren van het bestemmingsplan voor het Collectiegebouw. Tevens is door de Raad verzocht aan Stichting De Verre Bergen om de gehele financiering van het Collectiegebouw op zich te nemen. De Nederlandse Waterschapsbank is bereid gevonden om een 40-jarige, vastrentende lening te verschaffen, op basis van de schenking van SDVB en een 40-jarig huurcontract met de Gemeente als hoofdhuurder. Het gebouw zal eigendom worden van de Stichting Collectiegebouw. Tijdens de bouwfase zal onze stichting de financiering op zich nemen.

Wij verwachten dat met de bouw van Collectiegebouw een aanvang zal worden gemaakt in de loop van 2016.

Makerspace Bospolder-Tussendijken

De makerspace in Bospolder-Tussendijken biedt werkplaatsen voor ‘oude technieken’ ( en ‘nieuwe technieken’ (3D printen, lasersnijden) voor kinderen en volwassenen uit de buurt die (samen) iets willen maken of iets willen leren maken. De nadruk ligt hierbij op eigen initiatief en ‘zelf doen’ binnen de makerspace. Samen werken deelnemers aan de ontwikkeling van soft skills, verbreding van hun wereld en empowerment.

In de eerste helft van 2015 is er een geschikte locatie verworven voor de makerspace: een oud postkantoor aan de Schiedamseweg dat een aantal jaar leegstond. Het pand had echter een verbouwing nodig voordat het in gebruik genomen kon worden. Eind 2015 zijn er sloop- en reparatiewerkzaamheden uitgevoerd. In januari 2016 is de verbouwing van start gegaan en de oplevering vond plaats in april.

In het afgelopen jaar is er ook een team samengesteld om uitvoering te geven aan het programma. Verder is er in 2015 een begin gemaakt met de aanschaf van het machinepark. Inhoudelijk is het programma doorontwikkeld, o.a. door het op papier zetten van beschrijvingen van de verschillende programmaonderdelen en het beschrijven van een basismethodiek van waaruit gewerkt wordt. Ook zijn de eerste samenwerkingen gesloten met basisscholen uit de buurt, die samen met het team van de makerspace een programma gaan organiseren voor hun leerlingen in de makerspace. De officiële opening wordt in september 2016 georganiseerd, bij de start van het nieuwe schooljaar.

Mentoren op Zuid

In het programma Mentoren op Zuid worden studenten van de Hogeschool structureel ingezet als studentmentor van een leerling uit het basis- of voortgezet onderwijs op Zuid. Leerlingen krijgen hierdoor wekelijks extra individuele aandacht en begeleiding, terwijl de studenten van de Hogeschool Rotterdam op deze manier met hun voeten in de praktijk staan en leren iemand planmatig te coachen.

In het afgelopen jaar zijn er circa 500 studenten ingezet als studentmentor, een toename ten opzichte van 2014. Naar verwachting zal het aantal studentmentoren verder toenemen in 2016. Het ontwikkelen van een ICT applicatie om de logistieke processen van het programmabureau te ondersteunen is doorgeschoven naar 2016.

n’Cor

Met n’Cor wordt een aantal jonge, opkomende ondernemers in de culturele sector bij elkaar gebracht met als doel hun talenten gezamenlijk in te zetten voor de stad Rotterdam.

In 2015 werd besloten om het project n’COR te verlengen met een tweede pilotjaar. Op basis van inzichten uit het eerste pilotjaar is het programma op een aantal vlakken aangepast en aangevuld. Tijdens het tweede pilotjaar staan enerzijds de zakelijke ontwikkeling van de ondernemers en anderzijds het project wat zij in opdracht van n’COR uitvoeren centraal.

Wederom werden in 2015 vijf jonge, opkomende culturele ondernemers geselecteerd die hebben deelgenomen aan het Young Cultural Innovators Forum in Salzburg. Na thuiskomst hebben zij hun opgedane kennis en ervaring ingezet voor een project voor Rotterdam Festivals, binnen de Manifestatie Rotterdam Viert de Stad.

De deelnemers uit het eerste pilotjaar lanceerden in 2015 Rotterdam CANVAS. Hiermee wordt Rotterdamse makers de kans geboden om een kunstwerk te realiseren in de buitenruimte. De vijf n’COR deelnemers hebben de kaders geschept waarbinnen dit project moet worden gerealiseerd, boden ondersteuning aan de vijf short-list makers en vormen uiteindelijk de jury van de wedstrijd. Hierin worden zij bijgestaan door een adviesraad. Het kunstwerk zal worden onthuld tijdens de Manifestatie van Rotterdam Viert de Stad.

De Kracht van Rotterdam

De Kracht van Rotterdam is een jaarlijks terugkerende fotografiewedstrijd en stadsexpositie, die Rotterdam laat zien door de ogen van twaalf jonge getalenteerde Rotterdamse fotografen.

Tijdens de bestuursvergadering van maart 2015 is besloten om van het project een meerjarige programma te maken, tot eind 2019. Met deze ondersteuning hopen wij dat De Kracht van Rotterdam in de komende jaren kan bijdragen aan een positievere beeldvorming van Rotterdam. In 2015 zijn meerdere projecten opgezet:

De jaarlijkse stadsexpositie werd in de zomer geopend, op elf locaties. Deze editie werd gecureerd door Karin Krijgsman van de kunstacademie St. Joost. Een aanvulling op de vorige edities was de Publieksprijs, waarbij Rotterdammers konden stemmen op hun favoriete foto. De winnaar van de Krachtprijs was Lana Mesic met haar serie over IJsselmonde/Beverwaard en de winnaar van de Publieksprijs was Anique Weve met haar serie over Hillegersberg/Schiebroek.

In samenwerking met het Cultuurfonds The Art of Impact werd in 2015 het Verhalen bij Beelden project gestart. In totaal wordt in schooljaar 2015-2016 op negen scholen door Rotterdamse schrijvers les gegeven in het schrijven van korte verhalen, waarbij de foto’s van De Kracht van Rotterdam dienen als inspiratie.

In samenwerking met Stichting Ondernemersbelangen organiseerde De Kracht van Rotterdam een vijftal professionaliseringsavonden voor Rotterdamse fotografen. Tijdens de vier edities werden thema’s zoals fotojournalistiek, het opbouwen van een portfolio en het ontwikkelen van een eigen stijl besproken door verschillende experts.

Overige activiteiten

Vlaggenparade Rotterdam

De Vlaggenparade is een vlaggenexpositie op de Boompjes, die wordt gebruikt om verschillende initiatieven van waarde in het zonnetje te zetten.

Gedurende het jaar hebben tal van vlaghijsevenementen plaatsgevonden die door SDVB zijn ondersteund, zoals het IFFR, Yes We Care, Poetry International, de Brandgrensrun, de Roparun, Arte Concordia, Erasmus Adagia, Unicef en De Kracht van Rotterdam.

Fonds Bijzondere Noden Rotterdam

Het Fonds Bijzondere Noden Rotterdam is een samenwerking tussen de Gemeente Rotterdam, een aantal filantropische organisaties, levensbeschouwelijke en religieuze organisaties en de hulpverleningsinstellingen in de stad. Het Fonds Bijzondere Noden Rotterdam voorziet door middel van een geldelijke bijdrage in het oplossen van urgente probleemsituaties van natuurlijke in Rotterdam verblijvende personen, voor wie de Wet Werk en Bijstand (WWB) of andere voorzieningen geen of onvoldoende oplossing bieden.

Ondanks het licht economisch herstel heeft FBNR in 2015 een verdere toename van het aantal cliënten gezien. Dit geeft aan dat er een onverminderde behoefte bestaat aan de diensten van FBNR.

Overige kleine donaties

In 2015 is ook een aantal kleinere, eenmalige donaties gedaan voor een totaalbedrag van Euro 138.974 waaronder een donatie aan het Museum ’40-’45 Nu als bijdrage aan de verbouwingskosten en een donatie aan het initiatief Junior Med School van het Erasmus MC, dat een aantal Rotterdamse VWO-scholieren in staat stelt mee te doen aan dit programma.

Onderzoek

SDVB laat wetenschappelijk onderzoek uitvoeren naar de maatschappelijke impact van alle programma’s. Kennis speelt daarnaast een belangrijke rol in de kwaliteitsontwikkeling, professionalisering en methodiekontwikkeling van de door ons gefinancierde programma´s.

Peutercollege

In 2015 heeft de (tweede) effectmeting plaatsgevonden naar de werking van het programma. Dit proces zal zich voltrekken gedurende enkele jaren, te weten tot en met 2018. In dat jaar worden de laatste deelnemers aan het programma onderzocht. De deelnemers zitten dan in groep 2 van de basisschool. Op basis van het onderzoek kan worden aangetoond of het programma al dan niet effectief is gebleken.

Rotterdam Vakmanstad

Het onderzoek naar RVS is eind 2015 afgerond. De onderzoekers constateren een discrepantie tussen enerzijds de ervaringen van betrokkenen met het programma RVS (zoals dat in het procesonderzoek naar voren is gebracht) en anderzijds de afwezigheid van gemeten effecten (zoals die in het effectonderzoek zijn vastgesteld).

Leerlingen en ouders waarderen de activiteiten positief en de leerkrachten van OBS Bloemhof vinden dat Fysieke Integriteit een meerwaarde heeft bovenop het reguliere curriculum. Echter, worden de kinderen van OBS Bloemhof op hun cognitieve, sociaal-emotionele en fysieke ontwikkeling vergeleken met kinderen van vergelijkbare scholen, dan vinden de onderzoekers geen significante verschillen.

De uitkomsten van het onderzoek geven aanleiding tot structurele wijzigingen in het programma, deze wijzigingen zijn in de loop van 2016 met RVS besproken.

Challenge010

De afgelopen twee en een half jaar is onderzoek uitgevoerd naar Challenge010. In de schooljaren 2013-2014 en 2014-2015 heeft de Universiteit van Utrecht (UU) onderzoek gedaan naar de resultaten en werkzame mechanismen van Challenge010. Het afgelopen half jaar heeft de UU onderzoek gedaan naar en advies uitgebracht over de ontwikkelpotentie van Challenge010. Er is specifiek gekeken naar de scenario’s om het aantal deelnemende leerlingen te vergroten, het programma kwalitatief te verbeteren en te borgen in de stad. Uit het onderzoek blijkt dat door Challenge010 er nu meer Rotterdamse jongeren sporten in het V(MB)O.

Een belangrijke drijfveer voor deelname is dat ze lid kunnen worden van een sportvereniging. Bijna de helft van de leerlingen geeft aan graag lid te worden van een sportvereniging. Een groot deel van de deelnemers vindt het leuker op school dankzij Challenge010. Begeleiders nemen daarnaast verbeterde sociale vaardigheden bij de deelnemers waar en de leerlingen bevestigen dit zelf ook: er wordt beter gecommuniceerd en er is meer respect voor anderen. Ook krijgen sommige leerlingen door het programma meer zelfvertrouwen, al is het percentage leerlingen dat dit ondervindt, lager dan in het schooljaar 2013-2014.

Het overgrote deel van de deelnemers geeft aan dat zijn gedrag niet (sterk) veranderd is sinds zijn deelname aan Challenge010. Van de deelnemers die aangeven dat hun gedrag wel is veranderd, geeft bijna de helft aan dat dit komt doordat zij niet de kans willen lopen door slecht gedrag niet te mogen meedoen met Challenge010. Het programma lijkt daarmee een ruilmiddel voor professionals om het gedrag van leerlingen op een positieve manier te beïnvloeden.

Playing for Success

Het effectonderzoek naar Playing for Success is eind 2015 afgerond. Uit het kwalitatieve onderdeel van het onderzoek bleek dat betrokkenen bij het programma (leerlingen, ouders, docenten en medewerkers PfS) positief waren. Het effectonderzoek toonde dat bij een kleine specifieke groep deelnemers, de leerlingen met het minste cognitief zelfvertrouwen, er een significant positieve ontwikkeling op een drietal soft skills werd gevonden. Bij deze subgroep, die bestaat uit ongeveer 20% van alle deelnemers, namen de soft skills Inzet, Sense of Coherence en Gevoel van Eigenwaarde sterker toe dan bij de rest van de deelnemende leerlingen. Dit betekent dat de leerlingen die vlak voor hun deelname aan Playing for Success weinig vertrouwen hadden in hoe zij op school functioneerden (cognitief zelfvertrouwen), zich na afloop van het programma meer inzetten voor lastige opdrachten (Inzet), meer het gevoel hadden dat zij hun eigen toekomst konden beïnvloeden (Sense of Coherence), en meer het gevoel hadden dat zij er toe doen (gevoel van eigenwaarde), dan voor de deelname aan Playing for Success.

Wanneer de gehele populatie als groep wordt bekeken zijn er geen significant positievere ontwikkelingen op de gedefinieerde soft skills gevonden ten opzichte van een vergelijkbare groep van leerlingen die niet deelnam. Wel werd er een positieve ontwikkeling gemeten op één van de vier aspecten van schoolprestaties – woordenschat. De uitkomsten van het onderzoek geven aanleiding om het programma in de toekomst te richten op de kinderen met een zeer laag cognitief zelfvertrouwen.

Cultuurwerkplaats Hillesluis en Afrikaanderwijk

Het programma met de SKVR – Cultuurwerkplaats Hillesluis en Afrikaanderwijk – wordt onderzocht door de kenniskring van lector Guido Walraven van Inholland. Het onderzoek is in volle gang. Op basis van het onderzoek is er in de zomer van 2016: inzicht in de (voorwaarden voor) effecten op individueel en buurtniveau en laten de eerste onderzoeksresultaten zien hoe de Cultuurwerkplaats projecten daaraan bijdragen; inzicht in de relaties tussen effecten op individuen en effecten op de buurt. De onderzoekers hopen hiermede de succesfactoren of andere voorwaarden waaronder effecten op individuen en buurten tot stand kunnen komen, te identificeren.

ROTAS

Het onderzoek in het kader van ROTAS neemt de ontwikkeling van de deelnemende studenten waar en richt zich op studieresultaten, welbevinden en zelfvertrouwen, motivatie en aspiratie, betrokkenheid, sociale netwerken en het gevoel “erbij te horen”. Dit wordt vergeleken met andere EUC studenten. In september is een assistent in opleiding gestart met een onderzoek naar de deelnemende studenten aan het ROTAS-traject.

Kinderfaculteit Pendrecht

Het onderzoek naar de Kinderfaculteit in Pendrecht laat de ontwikkeling en resultaten zien in de periode 2014-2015. De doelstelling van 85% deelname van alle kinderen is in schooljaar 2014/2015 ten opzichte de pilotfase niet gehaald. In dat schooljaar heeft bijna de helft van de 1037 leerlingen op de vier basisscholen in Pendrecht zich ingeschreven voor één of meer Kinderfaculteit activiteiten.

Uit de tevredenheidsenquête blijkt dat de participerende kinderen de activiteiten en de docenten hoge cijfers geven. De docenten zijn ook zeer te spreken zijn over de kinderen, de activiteiten, en de gang van zaken bij de Kinderfaculteit in het algemeen.

Mentoren op Zuid

In 2015 is het onderzoek naar het programma Mentoren op Zuid voortgezet. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Panteia en behelst zowel een procesevaluatie als een effectstudie. Dit onderzoek is breed opgezet waarbij een groot aantal van de mentees zullen worden betrokken. Hierdoor zullen de effecten van het programma goed te meten zijn. De effectstudie is gestart en de eerste procesevaluatie is afgerond in 2015. Deze evaluatie gaf inzicht in de dynamiek van de betrokken organisaties. Het programma onderneemt concrete acties naar aanleiding van het onderzoek.

Moeders van Rotterdam

Het onderzoek naar Moeders van Rotterdam wordt geleid door het Erasmus MC. Het is een grootschalig onderzoek gericht op de effectiviteit van het programma, de ontwikkeling van de methodiek en de bredere aanpak van zeer kwetsbare zwangere vrouwen in de stad. Voor het onderzoek worden twee groepen gecreëerd. Groep 1 bestaat uit zeer kwetsbare zwangere vrouwen die begeleid worden door het programma Moeders van Rotterdam. Groep 2 bestaat uit zeer kwetsbare zwangere vrouwen die direct worden aangemeld door verloskundigen bij het wijkteam of het Centrum voor Jeugd en Gezin en een ander zorgtraject krijgen aangeboden. De totale onderzoekspopulatie zal bestaan uit 1200 moeders. Het onderzoek heeft een looptijd van vijf jaar (2015-2020).

Fonds Bijzondere Noden

In 2015 zijn de onderzoeken rond het Fonds Bijzondere Noden Rotterdam afgerond. Dit betrof zowel een onderzoek naar de werking van het fonds als een onderzoek naar schuldvorming en preventie. In juni zijn de rapporten aangeboden aan de wethouder tijdens een conferentie.

Een van de voornaamste bevindingen uit het rapport rond schuldvorming was dat door de ‘koopkrachtdruk’ en ‘incassodruk’ aan de ene kant, en de beperking van ondersteunende voorzieningen aan de andere kant, de financiële omstandigheden van veel huishoudens met een laag inkomen verzwaard zijn, en dat een deel van hen moet rondkomen met een inkomen beneden de beslagvrije voet.

De centrale vraag uit het onderzoek naar de werking van het FBNR was: levert een gift van het FBNR een bijdrage aan een duurzame oplossing van de financiële problematiek van de begunstigde? Uit de hulpplannen van de casestudies en de interviews met verwijzers blijkt dat deze voorwaarde vooral wordt ingevuld door de gift in te bedden in (het vervolg van) een hulpverleningstraject. Een gift van het fonds betekent in de meeste gevallen dat een crisis wordt afgewend en de situatie van de begunstigde wordt gestabiliseerd. Belangrijk effect hiervan is dat er stressreductie optreedt. Begunstigden geven ook vaak aan dat een gift ‘lucht’ in de problemen brengt en ze weer een uitweg zien. Volgens veel verwijzers is stressreductie een belangrijke voorwaarde voor het succes van verdere hulpverlening. Het verminderen van stress maakt de begunstigde ontvankelijker en gemotiveerder om hulpverlening te accepteren en iets aan zijn problematische situatie te veranderen.

Jeugdpaden

In 2015 heeft ons onderzoek naar de schoolloopbanen van álle Rotterdamse jongeren belangrijke voortgang geboekt. Aan de hand van gegevens van het CBS worden analyses gedaan die inzicht geven in de (school)carrières. Er wordt vooral gekeken naar op- en afstroom van de ene schoolvorm naar de andere, verdacht zijn van een misdrijf, voortijdige schooluitval en werkloosheid. De achtergrondkenmerken van de jongeren worden meegenomen in de analyses. In 2016 wordt het onderzoek afgerond.

Financiën

Wij hebben bij het opmaken van jaarrekening van de Stichting in 2015 een aanpassing gedaan aan de wijze waarop wij omgaan met meerjarige toezeggingen aan derden.

Het merendeel van de toezeggingen van de Stichting wordt gedaan op basis van een “grant letter” of samenwerkingsovereenkomst, waarin de bepalingen staan die gelden voor de toezeggingen van de Stichting. Het (blijven) voldoen aan deze bepalingen door de ontvanger van de toezegging wordt door ons gecontroleerd. In de praktijk van de afgelopen vijf jaren blijkt dat de omvang van de uiteindelijke betalingen kan afwijken van de eerder door ons gemaakte inschatting. Dit kan verscheidene oorzaken hebben, zoals het langer duren van de opstart van een programma, het bedienen van een kleinere doelgroep dan oorspronkelijk voorzien, maar ook een groter aantal deelnemers aan een programma dan aanvankelijk gedacht.

Mede met het oog op het bovenstaande, de op de Stichting van toepassing zijnde accounting richtlijn RJ 640 en het in het algemeen geldende voorzichtigheidsbeginsel, wordt, met ingang van 2015, een toezegging in het jaar van die toezegging direct voor het gehele bedrag van die toezegging als last genomen in de Staat van baten en Lasten en op de Balans opgenomen als schuld. Het bestuur meent dat dit het inzicht in de financiële positie van de Stichting verbetert.

Voor wat betreft een meerjarige toezegging aan een gelieerde partij, die wordt geconsolideerd in de jaarrekening van de Stichting, geldt dat het gehele bedrag van deze toezegging in het jaar dat de toezegging gedaan wordt, wordt opgenomen in een bestemmingsreserve. Kosten gemaakt door de gelieerde partij, worden verantwoord in de geconsolideerde jaarrekening en komen ten laste van de bestemmingsreserve.

Voor de vergelijkbaarheid van de cijfers zijn de in de Jaarrekening opgenomen cijfers voor 2014 aangepast. Dit betekent onder andere dat de bedragen in de Bestemmingsreserve, die wij voorheen hanteerden om de meerjarige toezeggingen van de Stichting te verantwoorden, nu worden opgenomen als Schuld op de balans, met uitzondering van de toezeggingen aan Stichting Maatschappelijke Makerspace en Stichting Nieuw Thuis Rotterdam,. Voor de duidelijkheid is deze balanspost op dezelfde wijze uitgewerkt in dit verslag als wij voorheen de Bestemmingsreserve weergaven.

De financiële baten in 2015 waren licht lager dan in 2014 met Euro 231.730 versus Euro 277.333. Dit betreft de rentebaten op de banksaldi van de Stichting.

Ten opzichte van vorig jaar zijn de donaties ten laste van het resultaat gestegen van Euro 3.785.051 tot Euro 22.768.521 en de onderzoekskosten ten laste van het resultaat van Euro 308.749 tot Euro 2.232.829. De donaties ten laste van het resultaat in 2015 bestaat uit Euro 23.152.253 donaties gedaan in het boekjaar, Euro -679.680 onderbesteding in bestaande programma’s en Euro 295.948 aanpassingen in bestaande programma’s. De donaties van 2015 betroffen onder andere voor ongeveer Euro 17 miljoen het Collectiegebouw van Museum Boijmans van Beuningen en voor Euro 4,75 miljoen het programma Moeders van Rotterdam. In de onderzoekskosten voor 2015 is voor Euro 1,5 miljoen het onderzoek voor het programma Moeders van Rotterdam opgenomen.

De lasten van de Stichting zijn licht gedaald tot een bedrag van Euro 2.084.206 van een bedrag van Euro 2.179.695.

De (ongerealiseerde) waardeverandering van de effectenportefeuille van de Stichting bedroeg in 2015 Euro 18.985.515 vergeleken met Euro 12.004.786 in 2014. De mutatie in de Bestemmingsreserve bedroeg in 2015 Euro 2.383.984, vergeleken met Euro 6.110.532 in 2014 (zie voor een nadere toelichting pagina’s 15 en 16 van dit verslag). Hierdoor is het saldo verlies, dat is onttrokken aan de algemene reserve uitgekomen op Euro -10.252.295 vergeleken met Euro -101.908 in 2014.

Financiën

image001
De Schulden inzake toegezegde subsidies en giften ultimo 2014 bedroegen € 16.282.485. Daarvan was per ultimo 2014 € 14.895.821 voor de diverse programma’s en € 1.386.664 voor de daarmee samenhangende onderzoeken. De bestedingen voor programma’s bedroegen € 5.203.442 en voor onderzoeken € 571.589. De meerjarige verplichtingen voor programma’s opgestart in 2015 bedroegen in totaal € 22.439.306 voor de programma’s zelf en € 2.221.047 voor de onderzoeken die bij de programma’s horen.

Ultimo 2015 bedragen de Schulden inzake toegezegde subsidies en giften € 35.167.806. Hiervan is ongeveer 91 procent bestemd voor de programma’s en 9 procent voor de in samenhang hiermee uit te voeren onderzoeken. De dotatie bij ‘Kunst en cultuur’ komt voor € 17.000.000 voor rekening van het Collectiegebouw en bij ‘Kwetsbaren in de samenleving’ voor circa € 6.300.000 voor rekening van Moeders van Rotterdam.

De Bestemmingsreserve ultimo 2014 bedroeg € 6.110.532 voor het programma van Stichting Maatschappelijke Makerspace. Hiervan is in 2015 € 198.561 uitgegeven aan kosten en is een bedrag van € 1.417.455 besteed aan de aanschaf en verbouwing van het pand van de Makerspace aan de Schiedamseweg. Tenslotte is een meerjarige verplichting aangegaan voor het programma Nieuw Thuis Rotterdam ten bedrage van € 4.000.000. Hiermee komt de Bestemmingsreserve ultimo 2015 uit op € 8.494.516.

image002

Organisatie

In 2015 hebben wij ons team verder versterkt met drie nieuwe Associates. Hiermee is het aantal Fte’s per ultimo 2015 gekomen op 19,2.

Onze flitsafspraken worden druk bezocht: in 2015 hebben wij met 121 initiatiefnemers gesproken. Voor 2016 hebben wij besloten om de flitsafspraken anders te structureren, dat wil zeggen dat wij partijen uitnodigen die een initiatief willen voorleggen op een bepaald thema. Zo is in januari 2016 het thema armoedebestrijding aan de orde gesteld, wat een drukbezochte bijeenkomst met dertig initiatiefnemers opleverde. De thema’s onderwijsvernieuwing en eenzaamheid kwamen aan de orde tijdens een bijeenkomst in mei 2016, waar zesendertig initiatiefnemers zich meldden.

Wij werken continu aan de verbetering van onze communicatie met onze programma’s. Dit is voor ons niet alleen het dagelijkse werk, wij organiseren ook enkele malen per jaar bijeenkomsten met al onze programma’s, om ervaringen uit te wisselen en ideeën op te doen. In december 2015 is voor het eerst een dergelijke bijeenkomst georganiseerd voor alle onderzoekers die bij onze programma’s betrokken zijn.

Tot slot bedank ik mede namens ons bestuur alle werknemers van de door ons ondersteunde programma’s en de werknemers van de stichting voor hun inzet in 2015 voor een beter Rotterdam.

Roelof Prins

juni 2016