Directieverslag 2016

Het jaar 2016 stond voor De Verre Bergen met name in het teken van de opstart van Stichting Nieuw Thuis Rotterdam, een programma waarmee wij ons richten op vraagstukken die spelen bij de integratie en huisvesting van Syrische statushouders in onze stad. Tevens zijn wij gestart met het programma “UrbanSkills4U”, een trainingsprogramma dat zich richt op het verminderen van schooluitval en het ontwikkelen van soft skills bij moeilijker bereikbare jongeren in de leeftijd tussen 12 en 16 jaar. In 2016 hebben er ook belangrijke ontwikkelingen plaatsgevonden in verschillende lopende programma’s, waaronder de verlengingen van Het Peutercollege, Rotterdam Vakmanstad, Challenge010, Playing for Success en de Vlaggenparade, en het uitbreiden van het onderdeel Rekenfaculteit van de Kinderfaculteit Pendrecht.

Daarnaast hebben wij ons ook beziggehouden met het vraagstuk op welke wijze wij de effectiviteit van onze programma’s inzichtelijk kunnen maken en op welke key performance indicators dit gemeten kan worden. Ook hebben wij stilgestaan bij de vraag hoe wij de resultaten van de onderzoeken, die wij doen uitvoeren naar onze programma’s, moeten interpreteren en meewegen in onze beslissingen over programma’s waarvan de periode van onze financiële verplichting ten einde loopt.

Het beleid van de Stichting blijft erop gericht om actief te zoeken naar ideeën voor de ontwikkeling van maatschappelijke programma’s die Rotterdam beter maken, een goede uitvoering van onze programma’s te waarborgen en de (maatschappelijke) resultaten te meten.

Nieuwe initiatieven

In 2016 hebben wij ons toegelegd op de opstart van het programma Nieuw Thuis Rotterdam en zijn wij tevens begonnen met het programma UrbanSkills4U.

Nieuw Thuis Rotterdam

Het programma Nieuw Thuis Rotterdam bestaat uit twee onderdelen. Het eerste betreft een taal-, integratie- en huisvestingsprogramma gericht op Syrische gezinnen met een verblijfsvergunning in Nederland (zogenaamde “statushouders”), die binnen de taakstelling door het Rijk reeds aan de gemeente Rotterdam zijn toegewezen. Het tweede deel behelst een onderzoek naar hoe integratie verloopt binnen de verschillende domeinen zoals arbeidsmarkt, onderwijs, cultuur, buurt en sociale netwerken, welke mechanismen hier een rol spelen alsmede de effectiviteit van het programma.

Het programma Nieuw Thuis Rotterdam is in februari 2016 aangekondigd.

De focus binnen Stichting Nieuw Thuis Rotterdam (SNTR) lag in de eerste maanden van 2016 op het uitwerken van het inhoudelijke programma met betrekking tot de taalverwerving en maatschappelijke begeleiding van de statushouders en de aankoop van de woningen die vervolgens aan hen verhuurd worden. In april 2016 heeft het uitvoerende team een eigen locatie betrokken en daarna is de organisatie verder opgebouwd tot 50 medewerkers ultimo 2016 en per eind mei 2017 65 medewerkers en 33 vrijwilligers. In deze fase zijn samenwerkingen tot stand gebracht met drie taalscholen die het intensieve taalprogramma verzorgen voor de statushouders. Tevens is een pilotprogramma uitgevoerd om op relatief kleine schaal de theoretische aannames in de praktijk te kunnen toetsen. Op basis van de pilot zijn de werkprocessen binnen SNTR en met betrokken (gemeentelijke) organisaties aangescherpt.

Vanaf augustus 2016 is de uitvoering van het programma daadwerkelijk gestart met het inhuizen van circa drie gezinnen per week, tot 52 gezinnen ultimo 2016. De deelnemers van het programma zijn door SNTR begeleid bij het regelen van diverse praktische zaken, maar ook bij het leren kennen van de buurt en de stad. De deelnemers zijn daarnaast allen gestart met een taalcursus op hun niveau van minimaal vier dagdelen per week, op de eigen taallocatie van SNTR. Kinderen van de statushouders zijn ingestroomd in de schakelklassen van diverse scholen in Rotterdam. Gedurende het jaar is de aankoop en verbouwing van woningen verder gecontinueerd, tot 180 woningen eind 2016.

UrbanSkills4U

Het trainingsprogramma UrbanSkills4U (US4U) is een volgens het Nederlands Jeugdinstituut ‘goed beschreven’ interventie die er op gericht is jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 16 jaar hun schoolloopbaan succesvol te laten doorlopen. Het programma helpt moeilijk bereikbare jongeren bij het ontwikkelen van soft skills.

De methodiek van US4U wordt de komende drie jaar verder ontwikkeld en middels onderzoek moet de effectiviteit van de interventie worden aangetoond.

Het programma heeft een drietal hoofddoelstellingen geformuleerd:

  • Mogelijkheden en competenties leren kennen voor een waardevolle rol in de maatschappij;
  • Gezag en bijbehorende gedragsregels leren accepteren;
  • Bieden van inzicht in alternatieven voor criminaliteit.

De doelgroep bestaat uit VMBO leerlingen. US4U richt zich specifiek op een lastig te bereiken doelgroep die dagelijks te maken krijgt met de uitdagingen van een grootstedelijke omgeving. Deze leerlingen lopen een verhoogd risico op voortijdig uitvallen, wat zou betekenen dat zij zonder diploma of startkwalificatie van school gaan.

US4U gaat uit van een benadering waarin drie actoren bijdragen om het gedrag van leerlingen duurzaam te veranderen. Om deze reden traint het programma zowel de leerlingen, ouders als docenten. De trainingen van US4U werken volgens een vaste methode. Elke groep bestaat uit 10 tot 12 leerlingen. Voorafgaand aan de training vindt bij alle deelnemers een huisbezoek plaats. Na een week waarin het trainingsprogramma wordt afgewerkt volgt een periode van drie maanden waarin middels peer-to-peer learning wordt gereflecteerd op wat er geleerd is, en dit wordt toegepast op situaties die zich hebben voorgedaan.

2016 stond in het teken van het vormgeven van de organisatie US4U. Er zijn nieuwe teamleden geworven en er zijn samenwerkingen aangegaan met het Farel College en het Scheepvaart en Transport College. De eerste twee groepen leerlingen hebben in het laatste kwartaal van 2016 op het Farel College de training gevolgd.

Lopende programma’s

Doorlopende programma’s die wij in voorgaande jaren opstartten zijn Het Peutercollege (2011), Rotterdam Vakmanstad (2011), Academische Werkplaats bij De Nieuwe Kans (2012), Challenge010 (2012), Playing for Success Rotterdam (2012), Cultuurwerkplaats Hillesluis en Afrikaanderwijk (voorheen Taskforce SKVR) (2012), Rotterdam Talent Scholarship (voorheen Erasmus University College) (2013), Kinderfaculteit Pendrecht (2013), het Collectiegebouw van het Museum Boijmans van Beuningen (2013), Makerspace Bospolder-Tussendijken (2014), Mentoren op Zuid (2014), n’Cor (2014) en Moeders van Rotterdam (2015).

Peutercollege

Het Peutercollege bereidt kinderen van 2 en 3 jaar met een intensief speel- en leerprogramma voor op de basisschool. Met extra begeleiding als dat nodig is, zodat kinderen aan de basisschool beginnen zonder achterstand.

Het afgelopen jaar is voor het Peutercollege een jaar geweest met grote veranderingen. Besloten is het programma op de huidige vier pilot locaties voortijdig te beëindigen. Niet alleen zijn met ingang van het schooljaar 2016-2017 de voorwaarden en financiering van de peuterscholen in de gemeente Rotterdam flink aangepast, ook de samenwerking met Peuter & Co verliep niet zoals gewenst en BOOR bleek onverwacht andere prioriteiten te stellen.

Halverwege het jaar hebben we besloten het Peutercollege, al zij het op kleinere schaal, toch voort te zetten tot in ieder geval juni 2019. De reden is dat het onderzoek naar de effectiviteit van het Peutercollege eind 2018 afgerond zal zijn. Het Peutercollege zal in een eigen op te zetten locatie de activiteiten continueren. De verwachting is dat vanaf juni 2017 peuters terecht kunnen in de nieuwe locatie van het Peutercollege aan de Hilledijk 97a.

Rotterdam Vakmanstad

Rotterdam Vakmanstad (RVS) wil in Rotterdam duurzaam vakmanschap op de kaart zetten. Om dit te realiseren werkt zij op verschillende schalen: school, buurt, markt en stad. Netwerken op die schalen worden met elkaar verbonden, waardoor zogenaamde interactievelden ontstaan. Twee hiervan vormen de focus voor De Verre Bergen: het basisonderwijs rond het interactieveld Fysieke Integriteit en de buurt rond Actief Burgerschap (het “Vakhuis”). Op beide interactievelden verzorgt RVS aanvullend op het regulier onderwijs een integraal lesprogramma gericht op de brede ontwikkeling van de kinderen en jongeren.

2016 heeft in het teken gestaan van het evalueren van de programma’s van RVS. In mei 2016 heeft De Verre Bergen besloten middels een nieuwe investering de samenwerking met RVS te verlengen tot en met schooljaar 2019-2020. De Verre Bergen en RVS hebben nieuwe afspraken vastgelegd ten aanzien van deze investering om tot een betere en consistentere uitvoering te komen. Onderdeel van deze afspraken is de oprichting van een stuurgroep voor het onderdeel “Fysieke Integriteit” waarin alle belangrijke partners (scholen, RVKO, BOOR, RVS en De Verre Bergen) zitting hebben. Deze stuurgroep is in 2016 geïnstalleerd. Op OBS de Globe en KBS Elisabeth worden gedurende de investeringstermijn binnen het onderdeel ”Fysieke Integriteit” structureel lessen verzorgd op het gebied filosofie, koken en gezonde voeding, sport, techniek en natuur. Na schooljaar 2019-2020 is het de bedoeling dat deze scholen het programma overgenomen hebben en zelfstandig uitvoeren. Deze overdracht zal ook plaatsvinden op de andere twee scholen waar Fysieke Integriteit nog tot en met schooljaar 2017-2018 door RVS wordt verzorgd. Op deze scholen ontvangen de leerlingen gedurende deze periode tevens warme lunches. Op OBS Bloemhof ontvangen de leerlingen ook tutoring en mentoring. In het programmaonderdeel Actief Burgerschap wordt tot en met 2019-2020 door leerlingen van OBS Bloemhof in hun vrije tijd een naschools programma gevolgd in het Vakhuis, met workshops zoals koken, duurzame energie en EHBO. Tevens hebben leerlingen uit de eerste twee jaar van het VMBO van RVC De Hef binnen hun reguliere onderwijs workshops gevolgd in het Vakhuis. Het programmaonderdeel “Duurzaam Vakmanschap” dat RVS voorheen aanbood voor het MBO wordt (in ieder geval tijdelijk) niet meer aangeboden.

In 2016 hebben circa 1.440 kinderen en jongeren deelgenomen aan de verschillende onderdelen van RVS.

Academische Werkplaats bij De Nieuwe Kans

De Nieuwe Kans (DNK) is een organisatie voor dagbehandeling van de ‘harde kern’ jongeren vanaf 18 jaar, die actief willen werken aan hun situatie. Het doel van de Academische Werkplaats bij De Nieuwe Kans is om de methodiek van DNK verder te ontwikkelen en wetenschappelijk onderzoek te doen naar de methodiek, de effectiviteit ervan en naar de doelgroep van DNK. De AW-DNK is een langdurige samenwerkingsrelatie met de praktijkinstelling DNK en de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie van het VU Medisch Centrum in Amsterdam. Het belangrijkste doel van AW-DNK is om wetenschappelijk onderzoek te doen naar de werkzaamheid van de interventie DNK voor jongvolwassenen (18-27 jaar) met een justitiële en anderszins (multi)problematische achtergrond.

Het onderzoek is nog niet afgerond. Wel vinden er momenteel volop data-analyses plaats: zowel op gebied van het retrospectieve onderzoek van Raad voor de Kinderbescherming-dossiers, alsook drop out-analyses van de groep van 700 onderzoeksparticipanten en ook de eerste neurobiologische analyses van het neuroimaging en EEG-onderzoek. Hieronder volgt een eerste indruk van de uitkomsten:

  • Het onderzoek naar de stoornissen van de deelnemers laat (in de grote sample van bijna 700 participanten) de volgende stoornissen zien: de antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASPD) komt het meest voor, wat op zich te verwachten valt in een groep met zoveel crimineel gedrag. Opvallend is dat angst (meer dan 25 procent) en depressie/dysthymie (23 procent, met daarbij vaak suïcidefantasieën en -neigingen) ook veel voorkomen, iets wat juist weer niet verwacht wordt bij een antisociale groep. Verder: 12 procent psychoseklachten, dat wil zeggen, klachten die voortkomen uit gebrekkig realiteitsbesef (waanideeën, dingen horen en zien die er niet zijn). Kortom, het gaat om een zeer ‘zware’ groep.
  • Zo’n 40 procent van de groep geeft op het moment van meten geen klachten aan die duiden op een stoornis, 23 procent heeft één stoornis, 37 procent heeft twee tot meer dan vier stoornissen tegelijk. Dit zijn verontrustende bevindingen. Wanneer mensen meer dan één stoornis hebben, heeft dat namelijk altijd impact op hun functioneren. Met bijvoorbeeld ‘alleen’ een angststoornis kan men soms nog wel werken, maar komt daar een depressie bij dan kan men doorgaans niet meer werken.
  • De dossiers van de Raad voor de Kinderbescherming hebben een indrukwekkende hoeveelheid achtergrondinformatie opgeleverd over 365 van de deelnemers. Twee van de drie onderzoek deelnemers bleken in hun jeugd bij de Raad onderzocht te zijn geweest. Nog nooit was hiernaar onderzoek gedaan. Samengevat: bijna alle jongeren hebben een beschadigende ontwikkeling doorgemaakt waarvoor ze in hun (soms heel vroege) jeugd al bij de Raad kwamen voor een raadsonderzoek (gemiddeld wel 5 of 6 keer, sommigen 10 tot zelfs 14 keer).
  • De dataverzameling voor het neurobiologische onderzoek is inmiddels ook afgerond; 128 deelnemers van De Nieuwe Kans hebben hieraan meegedaan. Met behulp van EEG en MRItechnieken zijn verschillende hersenprocessen bestudeerd.

We hopen in het directieverslag van volgend jaar uitvoerig in te kunnen gaan op de uitkomsten van de AW-DNK.

Challenge010

Challenge010 brengt Rotterdamse jongeren van 12 tot 16 jaar in contact met sport. Door mee te doen aan een schoolteam worden ze lid van een sportvereniging. De doelstelling van Challenge010 is om niet sportende kinderen in Rotterdam aan het sporten te krijgen.

In juni 2016 hebben we besloten het programma met één schooljaar te verlengen. Op basis van voortschrijdend inzicht en uitkomsten uit het onderzoek naar de ontwikkelpotentie van Challenge010 is het programma voor het schooljaar 2016-2017 aangepast. De veranderingen zijn van belang om op de lange termijn de medefinanciering van het programma door de belangrijkste overige stakeholders mogelijk te maken.

Na de zomer van 2017 nemen wij een beslissing over de toekomst van het programma en wordt beoordeeld in hoeverre we er in geslaagd zijn om de veranderingen succesvol door te voeren en in hoeverre de stakeholders in staat zijn om op de lange termijn de financiering te waarborgen.

Onderwijl is het team van Rotterdam Sportsupport erin geslaagd in 2016 wederom meer leerlingen aan het sporten te krijgen, te weten 910 VO-leerlingen (2015: 816), waarvan 76% voorheen nietsportend. Organisatorisch is er ook het een en ander verbeterd: leerlingen trainen nu wekelijks dichtbij óf op school en spelen in maandelijkse toernooien tegen andere scholen. Naast de logistieke voordelen die dit biedt, leidt dit tot meer sporturen per deelnemer. Voorts hebben we honkbalclub Neptunus mogen verwelkomen als nieuwe partner voor de nieuwe sport baseball.

Tot slot zijn we trots in voetbalclubs Feyenoord en Excelsior twee nieuwe partners van formaat bereid te hebben gevonden om vanaf volgend seizoen de zaalvoetbal competitie te verzorgen.

Playing for Success Rotterdam

Playing for Success Rotterdam (PfS) is een programma gericht op kinderen van 9 tot 14 jaar, die onderpresteren op school en met name hen met het minste cognitief zelfvertrouwen. Door hen op een “Wow-locatie” van Excelsior of Rotterdam Basketbal ‘softskills’ als zelfvertrouwen en het vermogen samen te werken bij te brengen, bezorgt PfS hen een positieve leerervaring, die hun prestaties op school zou moeten verbeteren.

Rond het aflopen van de eerste investeringstermijn in het programma Playing for Success hebben wij, gezamenlijk met de belangrijkste partners van het programma, gewerkt aan een strategie om de toekomst van het programma te waarborgen. De vier grootste schoolbesturen in Rotterdam (BOOR, PCBO, RVKO, Kind & Onderwijs), het Platform Passend Onderwijs en de twee sportclubs Excelsior en Rotterdam Basketbal spraken de wens uit om het programma ook voor de komende jaren te continueren. Wij hebben daarom in de bestuursvergadering van maart 2016 besloten tot een tweede investeringstermijn van vier jaar (2016-2020), met als belangrijke voorwaarde de (oplopende) financiële betrokkenheid van de schoolbesturen en sportclubs. Daarnaast is besloten tot een aantal inhoudelijke aanpassingen in het programma, vanuit de aanbevelingen van het effectonderzoek van het Verwey-Jonker Instituut. De gecontinueerde samenwerking is op 1 juli 2016 bezegeld in een convenant, waarna de voorbereidingen voor het schooljaar 2016-2017 zijn gestart.

In de eerste helft van het schooljaar zijn er veel aanpassingen en toevoegingen aan het programma doorgevoerd: het aanstellen van nieuw personeel binnen de leercentra; het informeren van scholen over de herziene financieringsstructuur; het opdelen en verlengen van de lesperioden; het aanvullen en aanscherpen van het curriculum en het ontwikkelen van een selectie-instrument voor de leerlingen. In dit eerste half jaar namen 185 leerlingen deel aan het programma.

Cultuurwerkplaats Hillesluis en Afrikaanderwijk

De Cultuurwerkplaats is een samenwerking tussen Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam (SKVR) en SDVB, gericht op het ontwikkelen van een aantal kunstprojecten in Hillesluis en Afrikaanderwijk. Hiermee willen wij onderzoeken hoe kunst en cultuur kunnen bijdragen aan een krachtigere wijk.

De projecten Ik Droomde, Luister Dan, de Mediawerkplaats, South Sessions, Rugzak vol Talent en On Stage zijn in 2016 voortgezet en geïntensiveerd. Jongeren lieten hun talenten zien door met elkaar te debatteren, met hun ouders te dromen over de toekomst en theater te maken.

De locatie aan de Dalweg in Rotterdam wordt gebruikt als uitvalsbasis voor de jongeren. Op deze locatie komen alle projecten samen. Het is een plek waar jongeren naartoe kunnen om deel te nemen aan de projecten, maar ook om elkaar te ontmoeten. De bedoeling is dat de Dalweg vanaf 2017 echt een hub wordt, van waaruit de cultuurwerkplaats nog beter geworteld raakt in de wijk.

Het onderzoek van InHolland naar de individuele effecten en de wijkeffecten is in december 2016 afgerond en is in april 2017 verschenen. Hierin heeft InHolland gekeken in hoeverre de projecten bijdragen aan de doelstellingen van de Cultuurwerkplaats. Op pagina 11 van dit verslag gaan we in op de resultaten van dit onderzoek.

Rotterdam Talent Scholarship

Het Rotterdam Talent Scholarship richt zich op talentvolle Rotterdamse leerlingen die ambiëren een Liberal Arts & Sciences opleiding te volgen aan Erasmus University College, maar financiële en sociaalculturele barrières ondervinden bij hun aanmelding. Het scholarship beoogt leerlingen middels financiële steun, maar ook met begeleiding in de aanmelding en voorbereiding, te helpen deze barrières te slechten.

In september 2016 is de derde lichting van scholarship studenten gestart met de Liberal Arts & Sciences opleiding aan het EUC. Voor het academisch jaar 2016-2017 zijn twee beurzen toegekend. In totaal zijn er twaalf studenten die op dit moment met een ROTAS-beurs aan EUC studeren. Het programma ambieert tien Rotterdamse studenten per jaar met een scholarship te laten starten aan het EUC en zal zich in 2017 blijven inzetten de juiste kandidaten te vinden. In het najaar van 2016 is een verlenging van het programma goedgekeurd door het bestuur van Stichting De Verre Bergen. Dit betekent dat samenwerking met EUC ten minste wordt voortgezet tot het academisch jaar 2021-2022. Het programma is aangepast zodat nu niet alleen in Rotterdam wonende studenten in aanmerking komen, maar ook zij die op een Rotterdamse middelbare school zitten maar buiten Rotterdam woonachtig zijn. Tevens is besloten om aan het einde van 2016-2017 de guest lecture series en het stageprogramma af te ronden. Deze onderdelen zijn inmiddels een integraal onderdeel van het EUC-curriculum geworden.

Kinderfaculteit Pendrecht

De Kinderfaculteit Pendrecht is een samenwerking met de bewonersorganisatie Vitaal Pendrecht, de vier basisscholen in de wijk en de gemeente. Door het aanbieden van een breed palet van naschoolse programma’s biedt de Kinderfaculteit kansen aan kinderen die ze anders niet zouden krijgen.

In 2016 heeft Vitaal Pendrecht zich vooral ingezet om het aantal deelnemers aan de activiteiten van de Kinderfaculteit (KF) te verhogen. Eind 2016 deden 835 (2015: 700) leerlingen mee aan activiteiten van de KF. De scholen hebben een grotere rol gespeeld in het stimuleren van hun leerlingen om deel te nemen aan de KF. Hoe beter de activiteiten van de KF aansluiten op wat er op de scholen gebeurt, hoe meer effect kan worden verwacht. Ondanks allerlei verbeterslagen in het programma blijft de intensiteit van deelname ook dit jaar achter. De aanname is dat als we effecten op de sociaal emotionele en cognitieve ontwikkeling willen aantonen, de kinderen minimaal 3 uur per week moeten deelnemen aan activiteiten. Het onderwerp heeft de hoogste prioriteit bij het team van de KF en haar partners.

In 2016 hebben we besloten om de pilot ‘high dosage tutoring’ te continueren en de looptijd van de pilot gelijk te trekken met de looptijd van de KF. Aan 120 leerlingen wordt vier uur per week intensief les gegeven in een 1-op-2 setting, in het vakgebied rekenen. Deze lessen zijn vormgegeven volgens de methodiek van SAGA Innovations. Hoewel het onderzoek van de Universiteit van Amsterdam nog niet aantoont dat het programma statistisch significante resultaten oplevert, zien de scholen wel verbetering in de CITO toets scores van hun leerlingen. De scholen zijn dan ook voornemens het programma te versterken door een grotere rol te spelen in de didactische vorming van de tutoren. Daarnaast zien de scholen dat de tutoren in staat zijn om veel en goed contact te maken met de ouders van de leerlingen. De ouderbetrokkenheid binnen het tutorprogramma is hoog.

Depot Boijmans van Beuningen

De depots van Museum Boijmans van Beuningen voldoen niet meer. Daarom moet voorzien worden in nieuwe opslagruimte voor de gemeentelijke collectie. Echter het museum wil meer: met de schenking van SDVB kan het Museum de collectie toegankelijker maken. In het Depot krijgt het publiek letterlijk een kijkje achter de schermen.

Op 15 december 2016 stemde de Rotterdamse Gemeenteraad definitief in met de bouw van het Collectiegebouw. In februari 2017 zijn de voorbereidende werkzaamheden begonnen. Op 2 maart 2017 is de grond, waarop het gebouw zal worden gebouwd, door de Stichting Collectiegebouw aangekocht van de Gemeente. De bouw werd gegund aan BAM Bouw en Vastgoed N.V. De bouw is inmiddels aangevangen met het op feestelijke wijze slaan van de eerste paal op 17 maart 2017. De officiële naam van het nieuwe gebouw is Depot Boijmans van Beuningen.

Makerspace Bospolder-Tussendijken

De makerspace in Bospolder-Tussendijken (ook bekend als “Bouwkeet”) biedt werkplaatsen voor ‘oude technieken’ en ‘nieuwe technieken’ (3D printen, lasersnijden) voor kinderen en volwassenen uit de buurt die (samen) iets willen maken of iets willen leren maken. De nadruk ligt hierbij op eigen initiatief en ‘zelf doen’ binnen de makerspace. Samen werken deelnemers aan de ontwikkeling van soft skills, verbreding van hun wereld en empowerment. Kinderen in de leeftijd van 10 tot 15 vormen de primaire doelgroep van het programma.

In mei is de locatie voor de makerspace na verbouwing opgeleverd en zijn er verschillende programma onderdelen in pilotvorm gestart. Vanaf september is het programma van start gegaan. De organisatie is gegroeid. Er zijn ultimo mei 2017 14 betaalde krachten en 16 vrijwilligers.

De aangeboden activiteiten bestaan uit lesprogramma’s in samenwerking met scholen, eigen programma’s voor kinderen, kortstondige projecten en openwerkplaatsuren voor volwassenen en kinderen. In de programma’s voor kinderen zijn onder andere fietsen gemaakt door kinderen die ze daarna mochten houden, is er mode gemaakt en hebben kinderen gewerkt met stroom en robotica. In 2016 hebben ongeveer 200 kinderen meegedaan aan activiteiten en hebben zij gezamenlijk 2.200 uur doorgebracht in de makerspace. Er is met vier scholen uit de buurt intensief samengewerkt (Nicolaasschool, Valentijnschool, Logemannschool en G.K. van Hogendorp), vier andere scholen zijn geïnteresseerd en hebben een docentenworkshop of schoolpleinworkshop gevolgd (Woltjerschool, Sri Sarawasti, Lucasschool, De Korf).

Mentoren op Zuid

In het programma Mentoren op Zuid worden studenten van de Hogeschool structureel ingezet als studentmentor van een leerling uit het basis- of voortgezet onderwijs op Zuid. Leerlingen krijgen hierdoor wekelijks extra individuele aandacht en begeleiding, terwijl de studenten van de Hogeschool Rotterdam op deze manier met hun voeten in de praktijk staan en leren iemand planmatig te coachen.

In het afgelopen jaar zijn er circa 742 studenten ingezet als studentmentor, een toename van 188 ten opzichte van 2015. Naar verwachting zal het aantal studentmentoren verder toenemen in 2017. Ook zijn er nieuwe opleidingen van de Hogeschool Rotterdam aangesloten en heeft het programma zich uitgebreid, vooral naar nieuwe basisscholen. Tevens is er gestart met de ontwikkeling van een ICT applicatie om de logistieke processen van het programmabureau te ondersteunen en management data te genereren, deze wordt naar verwachting in de tweede helft van 2017 opgeleverd. Verder heeft het programma ondersteund bij het opzetten van een pilot van de Thomas More pabo om een vergelijkbaar traject voor student mentoring op te zetten.

n’Cor

Met n’Cor wordt een aantal jonge, opkomende ondernemers in de culturele sector bij elkaar gebracht met als doel hun talenten gezamenlijk in te zetten voor de stad Rotterdam.

In het tweede pilotjaar van het project n’COR werden wederom vijf deelnemers geselecteerd. Zij doorliepen een programma waarin werd gefocust op hun persoonlijke en zakelijke ontwikkeling, onder andere door het bijwonen van een internationaal seminar en het werken met verschillende trainers aan de financiële en strategische onderbouwing van hun ondernemingen.

Daarnaast voerden zowel de deelnemers van het eerste als het tweede pilotjaar een project uit waarvoor zij een ontwikkelbudget kregen. De deelnemers van het eerste pilotjaar schreven een wedstrijd uit voor jonge kunstenaars. Deze wedstrijd werd gewonnen door Atelier Ari met het kunstwerk BlingBling, dat bij de Maassilo hangt. De deelnemers van het tweede pilotjaar realiseerden de projecten ‘Grondleggers’, ‘Spoken Arts’, ‘Club Gem’ en ‘Girls and Cocktails’, onder de vlag van manifestatie ‘Rotterdam Viert De Stad’ waarin de wederopbouw van Rotterdam werd gevierd.

In 2017 beraden wij ons op een programmatisch vervolg aan n’COR.

De Kracht van Rotterdam

De Kracht van Rotterdam is een jaarlijks terugkerende fotografiewedstrijd en stadsexpositie, die Rotterdam laat zien door de ogen van twaalf jonge getalenteerde Rotterdamse fotografen.

In 2016 vierde De Kracht van Rotterdam haar lustrum met een speciale editie van haar jaarlijkse stadsexpositie. Zoals in de voorgaande jaren werden er twaalf professionele fotografen geselecteerd, daarnaast werd voor dit lustrum ook aan zes amateurfotografen de kans geboden om deel te nemen aan de editie. Een jury kende de Krachtprijs (€ 3.500,-) toe aan Stacii Samidin. De Publiekprijs, waar 9.500 maal voor gestemd werd, werd gewonnen door twee fotografen: Khalid Amakran én Salih Kiliç.

Daarnaast werd er een debat georganiseerd ‘Rotterdam in / buiten beeld’, waarin de waarde van stadsfotografie en invloed van fotografie op beeldvorming werden besproken.

Het scholenproject ‘Verhalen bij Beelden’ werd zeer positief ontvangen op de negen deelnemende scholen. In het project geven Rotterdamse schrijvers les aan middelbare schoolleerlingen over creatief schrijven, met de fotografie van De Kracht van Rotterdam als inspiratiebron. Het project wordt in schooljaar 2016-2017 gecontinueerd.

Moeders van Rotterdam

Het programma Moeders van Rotterdam richt zich op zeer kwetsbare zwangere vrouwen met een combinatie van medische en niet-medische problemen die zij zelf niet lijken te kunnen oplossen.

Het programma Moeders van Rotterdam groeide in 2016: aan het einde van het jaar waren er ongeveer 144 moeders in begeleiding binnen de teams van Bureau Frontlijn (de onderzoeksgroep) en 52 moeders in begeleiding binnen de wijkteams (de controlegroepen voor het onderzoek). De target voor de Bureau Frontlijn teams werd hiermee bijna gehaald (150 moeders), de target (ook 150) voor de wijkteams niet. Ook het aantal moeders dat deelnam aan het onderzoek (de inclusies) was nog niet op niveau. Dit zal ook een aandachtspunt blijven in 2017.

Om de groei in aanmeldingen en moeders in begeleiding aan te kunnen werd het aantal teams dat moeders in behandeling heeft verhoogd van 7 naar 9, hiervoor werden zowel professionals als studenten aangetrokken. Focuspunten in 2016 waren het verbeteren van het aanmeldproces, de samenwerking met (keten)partners en specifiek de wijkteams, de interne registratie en de opstart van het onderzoek.

Overige activiteiten

Vlaggenparade Rotterdam

De Vlaggenparade is een vlaggenexpositie op de Boompjes, die wordt gebruikt om verschillende initiatieven van waarde in het zonnetje te zetten.

In 2016 is besloten om De Vlaggenparade te blijven ondersteunen voor de periode van 2017 – 2020. Gedurende het jaar hebben tal van vlaghijsevenementen plaatsgevonden, waaronder het IFFR, Rotterdam viert de stad, WK Paratriatlon, De Kracht van Rotterdam en Erasmus Adagia.

Fonds Bijzondere Noden Rotterdam

Het Fonds Bijzondere Noden Rotterdam is een samenwerking tussen de Gemeente Rotterdam, een aantal filantropische organisaties, levensbeschouwelijke en religieuze organisaties en de hulpverleningsinstellingen in de stad. Het Fonds Bijzondere Noden Rotterdam voorziet door middel van een geldelijke bijdrage in het oplossen van urgente probleemsituaties van in Rotterdam verblijvende personen, voor wie de Participatiewet of andere voorzieningen geen of onvoldoende oplossing bieden.

Ook in 2016 heeft FBNR een toename van het aantal cliënten gezien. De meeste toegekende aanvragen en de daarmee gemoeide uitgaven hebben betrekking op kosten voor levensonderhoud, medische kosten en woninginrichting, gevolgd door studiekosten, verhuiskosten, vervoer, documenten, huur- en energieschuld en huishoudelijke apparaten. Op het gebied van de schuldenproblematiek doen wij onderzoek, gezamenlijk met FBNR.

Overige kleine donaties

In 2016 is ook een aantal kleinere, eenmalige donaties gedaan voor een totaalbedrag van Euro 288.413, waaronder donaties aan de initiatieven Talentklassen, Rotterdam I Love You, Topkidz op Zuid, De Gelukswandeling, Junior Med School, Rotterdam Xpanded, Zie Zuid en de Touzani School.

Onderzoek

SDVB laat wetenschappelijk onderzoek uitvoeren naar de maatschappelijke impact van alle programma’s. Kennis speelt daarnaast een belangrijke rol in de kwaliteitsontwikkeling, professionalisering en methodiekontwikkeling van de door ons gefinancierde programma’s.

Peutercollege

In 2016 heeft de (derde) effectmeting plaatsgevonden naar de werking van het programma. Dit proces zal zich voltrekken gedurende enkele jaren, te weten tot en met 2018. In dat jaar worden de laatste deelnemers aan het programma onderzocht. De deelnemers zitten dan in groep 2 van de basisschool. Op basis van het onderzoek kan worden aangetoond of het programma al dan niet effectief is gebleken. In 2016 zijn de volgende rapporten vrijwel afgerond: een rapportage rond de uitvoering, een onderbouwing van de methodiek en een onderzoek naar de oudertevredenheid.

Rotterdam Vakmanstad

De komende vier jaar zal het programma zich toespitsen op het verbeteren van de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen in het basisonderwijs en klas 1 en 2 van het VMBO. De focus ligt hierbij op het verder verhogen van de kwaliteit van de uitvoering. SDVB zal tot en met het schooljaar 2019-2020 betrokken blijven als partner van RVS. In 2016 is een nieuw onderzoek opgezet dat de werking van het programma met name rond de sociaal-emotionele ontwikkeling in kaart brengt. Vanaf 2017 zal een effectmeting gaan plaatsvinden op twee programmascholen en twee controlescholen.

Challenge010

Het afgelopen jaar is geen onderzoek gedaan naar Challenge010. De ambitie is om in de periode 2017- 2018 een effectonderzoek op te starten.

Playing for Success

Het Verwey-Jonker Instituut voert een procesonderzoek uit naar de doorontwikkeling van PfS Rotterdam. Het onderzoek is bedoeld om zicht te krijgen in hoe PfS Rotterdam wordt uitgevoerd, hoe de opzet en werkwijze wordt ervaren en wat de sterke punten en eventuele verbeterpunten zijn, teneinde bij te dragen aan de doorontwikkeling van het programma. De onderzoeksvraag luidt: Hoe wordt het programma PfS Rotterdam in de praktijk bij de verschillende leercentra uitgevoerd, hoe ervaren betrokkenen het programma, wat gaat goed en welke verbeteringen zijn mogelijk?

Om deze vraag te beantwoorden, ondernemen de onderzoekers de volgende onderzoeksactiviteiten:

  • Ondersteuning bij de ontwikkeling van een selectie-instrument dat basisschoolleerkrachten helpt bij het inschatten welke leerlingen baat hebben bij deelname aan PfS Rotterdam;
  • Ontwikkelen en analyseren van een digitaal logboek dat wordt bijgehouden door de docenten van PfS Rotterdam;
  • Groepsinterview houden met PfS-docenten en de leercentrummanager;
  • Interviews met leerkrachten van de scholen die leerlingen aanmelden;
  • Telefonische enquêtes met ouders van deelnemende leerlingen.

Het onderzoek zal in juli 2017 worden afgerond.

Cultuurwerkplaats Hillesluis en Afrikaanderwijk

Het lectoraat Dynamiek van de Stad van Hogeschool InHolland – heeft de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar de Cultuurwerkplaats. Eind 2016 is een evaluatieonderzoek opgeleverd. In dit onderzoek staan de onderzoekers stil bij de projecten van de cultuurwerkplaats in de buurt Hillesluis. Enerzijds is gekeken of – en in welke mate – deze projecten voldoen aan de voorwaarden om individuele effecten te sorteren op de deelnemers. Anderzijds is verkend of de projecten ook effecten op de buurt als geheel hebben. Tot slot hebben de onderzoekers een aantal aanbevelingen geformuleerd om de verschillende projecten en het programma in het algemeen te verbeteren.

Een belangrijke conclusie uit het onderzoek is dat de projecten afzonderlijk niet voldoen aan de voorwaarden om bij te dragen aan de individuele ontwikkeling van deelnemers en de positieve ontwikkeling van de wijk. De onderzoekers stellen dat de verschillende voorwaarden allemaal nog sterker in de opzet en uitvoering van de projecten ingebed moeten worden. Ook schrijven de onderzoekers dat de projecten potentie hebben, maar om hierop te kapitaliseren, moeten de projecten naast voldoen aan de voorwaarden ook meer deelnemers krijgen, een langere looptijd hebben en een hogere intensiteit hebben.

De onderzoekers bevelen aan dat SKVR de resterende looptijd van het programma dient te investeren in samenwerkingen met lokale partners (institutioneel, professionals, culturele ondernemers, bewoners). SKVR dient de doelgroep nader te specificeren, en haar (en haar behoeften) beter te leren kennen en het aanbod hier gericht op aan te passen. Ook zal SKVR dienen te investeren in het bereiken, werven en vasthouden van deelnemers in projecten. Tenslotte moet SKVR projecten daadwerkelijk in samenwerking met de doelgroep en wijk opzetten.

Op basis van het onderzoek heeft SKVR besloten om tot een fundamentele herziening te komen van het programma en van de wijze van werken.

ROTAS

Het onderzoek in het kader van ROTAS neemt de ontwikkeling van de deelnemende studenten waar en richt zich op studieresultaten, welbevinden en zelfvertrouwen, motivatie en aspiratie, betrokkenheid, sociale netwerken en het gevoel “erbij te horen”. Dit wordt vergeleken met andere EUC studenten. In september 2015 is een assistent in opleiding gestart met een onderzoek naar de deelnemende studenten aan het ROTAS-traject en dit is gecontinueerd in 2016.

Kinderfaculteit Pendrecht

Het onderzoek is nog niet afgerond. De tussentijdse rapportage van de Universiteit van Amsterdam laat positieve bevindingen zien op wijkniveau, in de communicatie tussen ouders en tutoren en bij de deelname van de kinderen. De resultaten van de tot nu toe uitgevoerde kwantitatieve analyses over 2015-2016 zijn niet sterk genoeg om onomwonden te stellen dat de Kinderfaculteit en de Rekenfaculteit in Pendrecht meetbare effecten hebben op de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling van de leerlingen.

62,5 procent van alle leerlingen heeft deelgenomen aan één of meer activiteiten in blok 1 (eerste helft van het schooljaar) en/of blok 2 (tweede helft van het schooljaar). 47 procent van de leerlingen van groep 3 t/m 8 heeft deelgenomen aan één of meer activiteiten van blok 1 van de Kinderfaculteit. De deelnamecijfers zijn daarmee ongeveer gelijk aan de cijfers van de voorgaande twee jaar. In blok 2 ligt het deelnamepercentage iets lager, namelijk 41,1 procent. In blok 1 was ongeveer twee derde van de leerlingen minimaal 75 procent van de lessen van een activiteit aanwezig. In blok 2 ligt dit iets lager (tussen de 55 en 62 procent). Dit geeft aanleiding om het programmamanagement op het punt van de deelname verder aan te scherpen.

In vergelijking met de analyses van vorig jaar zien de onderzoekers wel enkele lichtpuntjes. Ze zien bijvoorbeeld dat bij sociaal-emotionele ontwikkeling leerlingen die deelnemen aan de Kinderfaculteit iets hoger scoren dan leerlingen die niet deelnemen.

Mentoren op Zuid

In 2016 is het onderzoek naar het programma Mentoren op Zuid voortgezet. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Panteia en behelst zowel een procesevaluatie als een effectstudie. Dit onderzoek is breed opgezet waarbij een groot aantal van de mentees zullen worden betrokken. Hierdoor zullen de effecten van het programma goed te meten zijn. In 2016 is ook een nieuwe procesevaluatie opgestart. Deze procesevaluatie zal vooral inzicht geven in de uitvoering van het programma. Dit wordt bereikt door het doen van observaties.

Moeders van Rotterdam

Het onderzoek naar Moeders van Rotterdam wordt geleid door het Erasmus MC. Het is een grootschalig onderzoek gericht op de effectiviteit van het programma, de ontwikkeling van de methodiek en de bredere aanpak van zeer kwetsbare zwangere vrouwen in de stad. Voor het onderzoek worden twee groepen gecreëerd. Groep 1 bestaat uit zeer kwetsbare zwangere vrouwen die begeleid worden door het programma Moeders van Rotterdam. Groep 2 bestaat uit zeer kwetsbare zwangere vrouwen die direct worden aangemeld door verloskundigen bij het wijkteam of het Centrum voor Jeugd en Gezin en een ander zorgtraject krijgen aangeboden. De totale onderzoekspopulatie zal bestaan uit 1200 moeders. Het onderzoek heeft een looptijd van vijf jaar (2015-2020).

In januari 2016 is het onderzoek gestart. Inmiddels hebben 122 moeders zich bereid verklaard om aan het onderzoek mee te doen. Het afgelopen jaar hebben de onderzoekers ook veel tijd gestoken in het op orde krijgen van het monitoringssysteem van de inclusies van moeders en de registratie van de data door Moeders van Rotterdam en de wijkteams. Daarnaast hebben de onderzoekers samen met de gemeente geregeld dat de leiding van de wijkteams de juiste aanvullende data voor het onderzoek kan genereren.

Nieuw Thuis Rotterdam

In 2016 is prof. dr. Jaco Dagevos, bijzonder hoogleraar integratie en migratie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, benaderd voor het uitvoeren van het onderzoek naar de werking en de effecten van het programma Nieuw Thuis Rotterdam. In 2016 is een kleine procesevaluatie uitgevoerd, is een programma van eisen voor aanbesteding veldwerk opgesteld, is een bijdrage geleverd aan de selectie van het veldwerkbureau, de constructie van de vragenlijst en de selectie van een postdoc onderzoeker ten behoeve van de uitvoering van het onderzoek. Het onderzoek loopt tot en met 2020. In 2017 zal gestart worden met de afname van de vragenlijst onder de deelnemers van SNTR en de controlegroep.

UrbanSkills4U

In 2016 is de Universiteit van Amsterdam gestart met uitvoeren van onderzoek naar het programma UrbanSkills4U (US4U). US4U bestaat uit een empowerment-training met als doel dat deelnemende scholieren hun schoolloopbaan succesvol zullen doorlopen. Het programma is een interventie die zich richt op leerlingen die orde- en gezagsproblemen vertonen en wordt uitgevoerd op het Farel College en het Scheepvaart en Transportcollege. De hoofdvraag van het onderzoek is: Draagt US4U bij aan het verbeteren van het gedrag en schoolprestaties van vmbo-leerlingen? Tijdens het schooljaar 2016-2017 zijn de vragen waar de onderzoekers inzicht in willen krijgen:

  • Hoe wordt de implementatie uitgevoerd?
  • Wordt de doelgroep bereikt en zo ja, hoe?
  • Is de veranderingstheorie haalbaar?
  • Wat zijn de mogelijke effecten en hoe komen deze tot stand?
  • Hoe waarderen de verschillende stakeholders het programma?

Het onderzoek zal in juli 2017 zijn afgerond.

Jeugdpaden

In 2016 heeft ons onderzoek naar de schoolloopbanen van álle Rotterdamse jongeren belangrijke voortgang geboekt. Aan de hand van gegevens van het CBS worden analyses gedaan die inzicht geven in de (school)carrières. Er wordt vooral gekeken naar op- en afstroom van de ene schoolvorm naar de andere, verdacht zijn van een misdrijf, voortijdige schooluitval en werkloosheid. De achtergrondkenmerken van de jongeren worden meegenomen in de analyses. In 2016 is het onderzoek via een dynamische website “live” gegaan, www.jeugdpaden.nl.

Financiën

De gepresenteerde jaarcijfers van de Stichting betreffen de enkelvoudige Staat van Baten en Lasten over 2016, alsmede een overzicht van de ontwikkeling van de schulden aan onze diverse programma’s.

De baten van de Stichting bestaan uit een ontvangen donatie ter grootte van Euro 50.000.000 (2015: Euro 0) en huurinkomsten van Euro 79.250 (2015: Euro 0).

De donaties ten laste van het resultaat bedragen Euro 25.675.720 (2015: Euro 27.139.244) en de overige lasten Euro 3.795.055 (2015: Euro 2.647.976). De donaties betreffen onder andere Stichting Nieuw Thuis Rotterdam (Euro 17.100.000), Rotterdam Vakmanstad (Euro 3.891.791), Tutoring Kinderfaculteit Pendrecht (Euro 1.193.591), Moeders van Rotterdam (Euro 1.013.033), Het Peutercollege (Euro 1.100.000) en UrbanSkills4You (Euro 898.453).

De financiële baten in 2016 bedroegen Euro 400.817 (2015: Euro 231.730). De (ongerealiseerde) waardeverandering van de effectenportefeuille van de Stichting bedroeg in 2016 Euro 7.106.311 (2015: Euro 18.985.515).

Financiën

ENKELVOUDIGE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
2016 2015
Baten
Ontvangen donaties 50.000.000 0
Opbrengsten 79.250 0
Som der baten 50.079.250 0
Som der donaties -25.675.720 -27.139.244
Lasten
Directe kosten -1.408.841 -563.770
Personeelskosten -1.627.060 -1.489.415
Operationele kosten -620.334 -527.139
Afschrijving materiële vaste activa -138.820 -67.652
Som der Lasten -3.795.055 -2.647.976
Financiële baten en lasten
Overige rentebaten 400.817 231.730
Waardeverandering van effecten 7.106.311 18.985.515
Som der financiële baten en lasten 7.507.128 19.217.245
Netto resultaat 28.115.603 -10.569.975
TOELICHTING STAAT VAN BATEN EN LASTEN
Donatie aan Stichting Nieuw Thuis Rotterdam -17.100.000 -4.000.000
Donatie aan Stichting Maatschappelijke Makerspace -370.723
Donaties aan in boekjaar goedgekeurde programma’s -9.342.459 -23.021.599
Overige toezeggingen en onderbestedingen 766.739 253.078
Som der donaties -25.675.720 -27.139.244
Onderzoekskosten -1.408.841 -563.770
Directe kosten -1.408.841 -563.770

De Schulden inzake toegezegde subsidies en giften ultimo 2015 bedroegen Euro 40.626.201. De bestedingen voor programma’s in 2016 bedragen Euro 36.181.147. De meerjarige verplichtingen voor programma’s opgestart in 2016 bedragen in totaal Euro 25.675.720. Ultimo 2016 bedragen de Schulden inzake toegezegde subsidies en giften Euro 30.120.774.

Schulden inzake toegezegde subsidies en giften

Onderwijs Kunst en Cultuur Kwetsbaren in de samenleving Overig (incl. sport) Totaal
31.12.2015 10.985.475 19.346.735 9.778.269 515.722 40.626.201
bestedingen 2016 3.709.474 17.855.532 13.763.340 852.801 36.181.147
dotaties 2016 6.338.539 -53.482 18.240.500 1.150.162 25.675.720
31.12.2016 13.614.540 1.437.721 14.255.429 813.083 30.120.774

Organisatie

In 2016 hebben wij ons team verder versterkt met 3 nieuwe Associates, een medewerker Financiën en een Office Manager. Hiermee is het aantal Fte’s per ultimo 2016 gekomen op 22,05.

Onze thematische flitsafspraken werden redelijk bezocht: in 2016 hebben wij met 100 initiatiefnemers gesproken. Achtereenvolgens kwamen aan de orde de thema’s armoedebestrijding, onderwijsvernieuwing, eenzaamheid, ouderen en risicojeugd. De nog steeds geringe opbrengst van de flitsafspraken wat nieuwe programma’s betreft blijft voor ons een belangrijk verbeterpunt. Daarom hebben wij begin 2017 besloten tot een gewijzigde aanpak voor de flitsafspraken, die wij in de loop van 2017 zullen testen.

Wij werken continu aan de verbetering van onze communicatie met onze programma’s. Dit is voor ons niet alleen het dagelijkse werk, wij organiseren ook enkele malen per jaar bijeenkomsten met al onze programma’s, om ervaringen uit te wisselen en ideeën op te doen. In september 2016 vierden wij met alle medewerkers van en betrokkenen bij onze programma’s het vijfjarig jubileum van de Stichting. Bijna 200 Rotterdammers waren aanwezig.

Tot slot bedank ik mede namens ons bestuur alle werknemers van de door ons ondersteunde programma’s en de werknemers van de stichting voor hun inzet in 2016 voor een beter Rotterdam.

Roelof Prins

Juni 2017