De Kracht van Rotterdam: Printsale & Lustrumeditie

Hillegersberg & Schiebroek AniqueWeve voor De Kracht van Rotterdam 2015Foto: Anique Wever voor de Kracht van Rotterdam (2015)

De vierde editie van De Kracht van Rotterdam – een fotografiewedstrijd waarin jonge fotografen hun beeld van Rotterdam laten zien – is alweer sinds begin december te bewonderen op verschillende plekken in de stad. De publieksprijs, die voor het eerst uitgereikt werd, ging naar Anique Weve voor haar serie in Hillegersberg. Lana Mesic, die fotografeerde in IJsselmonde en Beverwaard, won de juryprijs. Inmiddels staan er weer allerlei nieuwe, spannende activiteiten op het programma. Dit jaar zal de vijfde editie van De Kracht van Rotterdam plaatsvinden, een lustrumeditie dus! De plannen voor deze feestelijke editie worden nog uitgedacht, één ding is zeker: het wordt spectaculair. Het verhalenproject, waarbij vier Rotterdamse schrijvers schrijfles geven aan 500 middelbare scholieren, is in volle gang. De verhalen zullen tentoongesteld worden in de scholen, en terugkomen in volgende edities van De Kracht. Tot slot staat er op 12 en 13 februari een printsale gepland waarbij het werk van de afgelopen edities van De Kracht van Rotterdam in beperkte oplage verkocht wordt. Kijk voor meer informatie over de printsale op: http://www.dekrachtvanrotterdam.nl/printsale-nhow-12-13-feb-2016/.

Ijselmonde & Beverwaard Lana Mesic voor De Kracht van Rotterdam 2015

Foto: Lana Mesic voor
De Kracht van Rotterdam (2015)

Uitreiking Hans Horsting-prijs

Op vrijdag 22 januari vond de uitreiking van de drs. H. Horstingprijs plaats in de Burgerzaal in het gemeentehuis. Deze prijs wordt iedere twee jaar uitgereikt aan Rotterdammers die – achter de schermen – op cultureel, historisch en/of maatschappelijk gebied waardevolle bijdragen leveren, waarbij ze hun eigen netwerk inzetten. João Silva, ook wel bekend als Djunga di Biluca, won de prijs voor zijn inzet voor de Kaapverdiaanse gemeenschap in Rotterdam. Verhalenhuis Belvédère won de extra prijs, ter aanmoediging van hun verdere inzet en activiteiten.

Roelof Prins, directeur van Stichting De Verre Bergen, was uitgenodigd om te spreken bij de uitreiking en hield er de volgende speech:

Mijnheer de burgemeester, geachte laureaten, dames en heren,

Als je van het Noordplein terug naar het centrum rijdt, zie je op het gebouw van Pameijer een deel van een uitspraak van Oscar Wilde. Op de gevel staat in grote neon letters: “De meeste mensen zijn andere mensen.” De oorspronkelijke uitspraak luidt “Most people are other people. Their thoughts are someone else’s opinions, their lives a mimicry, their passions a quotation.” Een wat sarcastische uitspraak dus, die zoveel wil zeggen dat de meeste mensen er geen eigen mening op na houden, maar slechts anderen tot hun voorbeeld nemen. Maar wanneer je alleen het deel dat Pameijer op haar gebouw liet zetten leest, denk je misschien: “Ja, ik woon in een stad waarin de meeste mensen niet zijn zoals ik ben, dus misschien moet ik mij een beetje aanpassen aan hen.” Dan krijgt het opeens een geheel andere lading. Niet een lading waarover ik nu direct zal spreken, maar waar ik wel aan zal raken, en wat ik graag wil dat u in het achterhoofd houdt.

Ik voel me vereerd om vandaag hier, in deze prachtige Burgerzaal, te mogen spreken ter gelegenheid van de uitreiking van de Hans Horsting-prijs. Als directeur van de filantropische Stichting De Verre Bergen, voel ik me zeer verbonden met de onderwerpen waar de Hans Horsting-prijs aandacht voor vraagt; ook wij ontmoeten binnen onze programma’s veelvuldig Rotterdammers van allerlei pluimage die zich belangeloos inzetten voor een beter Rotterdam. Organisaties, professionals en burgers die iets willen geven aan de stad, die achter de schermen, iedere dag weer en ondanks allerlei tegenslagen doorgaan om van Rotterdam een leefbare, veilige en gezellige stad te maken. Om er hun eigen stad van te maken. Ik vind dat iedere keer weer een feest om mee te mogen maken. Ik denk bijvoorbeeld aan iemand als Bien Hofman in de wijk Pendrecht die we ondersteunen bij het verbeteren van de ontwikkelkansen van alle kinderen in de wijk. De moeders van kinderen op basisschool Bloemhof die dagelijks een warme maaltijd bereiden voor alle kinderen op school. Maar ook aan alle professionals en studenten die werken voor Barend Rombout van Bureau Frontlijn, die zich dag in dag uit inzetten om de meest kwetsbare gezinnen in de stad te helpen. Bewoners, ouders en professionals die net dat stapje meer zetten.

Dames en heren, vandaag wil ik het graag met u hebben over alle Rotterdamse burgers en over wat je van burgers mag verwachten. Over burgerschap. En meer specifiek, over Rotterdams burgerschap. Vroeger, in de tijd van de Grieken, bij het ontstaan van de democratie, dan hebben we het over ongeveer 500 jaar voor Christus, werden alleen die mensen burger die genoeg geld hadden voor een “panoplia”, een wapenuitrusting. Zij waren het, die de stad konden beschermen. En met die status van burger kregen ze ook het recht om te stemmen. Burger was je in de tijd niet zomaar, dat moest je letterlijk eerst verdienen. Het zijn van een burger ging in de oudheid over rechten, maar ook over plichten. Vandaag de dag zijn de rechten vanzelfsprekender geworden, dingen die we in de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw hebben bevochten, en gaat burgerschap juist steeds meer over plichten.

In de huidige zogenaamde ‘participatiesamenleving’ wordt steeds meer van burgers verwacht. En wordt burgers ook steeds meer verplicht om problemen toch vooral zelf op te lossen. Steeds meer verantwoordelijkheden worden door de overheid afgestoten, en deze komen bij de burgers terecht. Daar hebben ze een mooie term voor bedacht: “Burgerkracht.” Op dit gebied gebeurt al ontzettend veel moois in de stad, zichtbaar en vooral ook onzichtbaar. Ik zie het als een ijsberg. We zien als samenleving alleen het deel dat boven het water uitsteekt, een heel klein deel. De meerderheid van burgerkracht-initiatieven is onzichtbaar en vindt plaats onder de wateroppervlakte, buiten het zicht van ons allemaal. Je krijgt er ook niet gemakkelijk toegang toe, juist omdat veel besloten is in informele en gesloten netwerken. Maar ik denk dat hierin een enorme kracht en kans voor de stad ligt. Een onzichtbare kracht waarin Rotterdams burgerschap vorm en inhoud krijgt. En daarvan zien we vandaag twee mooie voorbeelden.

Ik wil twee vragen stellen bij burgerschap, en meer specifiek Rotterdams burgerschap. De eerste vraag die ik mezelf stel als ik nadenk over burgerschap is hoe de verantwoordelijkheden, die van overheid via de markt nu steeds meer bij de burger terecht komen, verdeeld moeten worden binnen de samenleving. Tegenover een small government staat een big society. En een big society moet meer zijn dan de informele netwerken van mensen die zich belangeloos inzetten voor Rotterdam. Het moet juist ook gaan over de formele netwerken die zich onder en boven de wateroppervlakte bevinden. Veel Rotterdammers hebben eigen bedrijven en zijn succesvolle ondernemers. Zo’n netwerk is bijvoorbeeld Rotterdamse Nieuwe, een netwerk van meer dan 2500 jonge Rotterdamse ondernemers. Mogen we hen en de gevestigde Rotterdamse bedrijven, verenigd in VNO-NCW, niet vaker aanspreken op hun verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een beter Rotterdam? Waarom niet meer stimuleren en verlangen van Rotterdamse ondernemers en werkgevers om te investeren in Rotterdamse burgers? Ik denk dat het kan. We hebben mooie voorbeelden van initiatieven op dit gebied van Rotterdamse ondernemers. Een prachtig voorbeeld hiervan vind ik het initiatief van De Club Rotterdam, die zich onlangs heeft ingezet voor het creëren van meer stageplaatsen voor Rotterdamse jongeren in de bedrijven die lid zijn van de Club.  

De tweede vraag die ik wil stellen bij burgerschap gaat over iets wat volgens mij randvoorwaardelijk is, om een burger te zijn die kan en wil meedoen in de Rotterdamse samenleving. Volgens mij is het belangrijk, om een betrokken burger te zijn, dat je je ergens thuis voelt in je wijk en welkom voelt in de stad. Want als het gaat om informele netwerken, en ondersteuning bieden aan de ander, dan doen we dat vooral om mensen om wie we geven, vaak ook mensen die op ons lijken, en waar we ons welkom voelen. Daarmee gaat burgerschap automatisch over insluiten en dus ook het buitensluiten van mensen. Je voelt je namelijk niet overal even thuis en welkom. Dat is ook niet erg. Sommige Rotterdammers vinden het prettig om vooral met leeftijdsgenoten om te gaan, zoals bij de studentenvereniging. Andere kiezen ervoor om in de vrije tijd te sporten met mensen van hetzelfde geslacht, denk aan vrouwenfitness. En weer anderen organiseren zich op basis van geloof of etnische achtergrond. Denk aan alle religieuze organisaties en zelforganisaties die de stad rijk is.

Veel mensen zijn de mening toegedaan dat nieuwkomers zich moeten aanpassen aan onze normen en waarden. Maar hoe realistisch en wenselijk is dat? Is het niet belangrijk dat nieuwe migranten groepen zich welkom voelen en uiteindelijk ook thuis kunnen voelen in Rotterdam om zo hun bijdrage te kunnen leveren aan een beter Rotterdam?

De meeste mensen zijn andere mensen, zoals ik in het begin al zei. Dit geldt zeker voor Rotterdam, een stad met 170 nationaliteiten. Er zullen de komende jaren veel vluchtelingen uit Syrië en Eritrea bij komen. Ik denk juist dat voor Rotterdams burgerschap nodig is dat we bereid zijn om ons in elkaar te verplaatsen, en ervoor te zorgen dat ook de ander zich thuis en welkom voelt in deze stad. Dit is ook zeer in de gedachte van Erasmus, die het zich kunnen verplaatsen in de ander als een belangrijk goed zag.

Ik kom tot een afronding.

Ik heb gesproken over Rotterdams burgerschap en de kracht van vrijwillige inzet van burgers. Ik vind het belangrijk dat ondernemers en werkgevers in Rotterdam hierin ook hun verantwoordelijkheid nemen. Hun verantwoordelijkheid om te investeren in de stad onder andere door Rotterdamse jongeren en volwassenen, maar ook door mensen die een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben, aan het werk te helpen. Rotterdams burgerschap gaat over de plicht om informele netwerken en formele netwerken aan elkaar te verbinden. En de plicht om voor alle Rotterdammers een thuis te creëren. Dat begint met elkaar respecteren, inleven in de ander en welkom te laten voelen in de stad. Dat geeft je de status van burger van Rotterdam, daar heb je geen wapenuitrusting voor nodig.

Dank u wel voor uw aandacht.